RSS

Categorie archief: archief

Nooit vergeten.

10-05-2007

Door Zapnimf en Elke kwam dit weer ter sprake en daarom post ik het opnieuw; zoals ik dacht, het verhaal van de onderbroek kwam er pas later bij in de kortere versie! :-)

Het moet zo’n drie jaar geleden zijn. (dus: 2004)
Een zaterdagochtend, acht uur, nog wat nasoezelen in bed. Luisterend naar de radio.
Het leek die dag wat drukker in het gebouw, meer geluiden dan anders. Wie was er nu weer zo vroeg bezig?
Een stem die riep… was dat nu buiten of was dat binnen…
De tweede keer hoorde ik duidelijk: brand!…
Lieve hemel, toch niet waar zeker?
Iemand belde beneden aan en nog iemand aan de gangdeur.
Snel mijn peignoir aan en de deur open…
De trappenhal stond vol rook. Ik hoorde roepen, iedereen  naar buiten!
Mijn verstand stond precies stil… hoe… in mijn slaapkleed, zomaar de straat op…
Ik nam mijn GSM en sloot de deur achter mij en begon de trap af te dalen, je mag in zo’n geval de lift niet gebruiken. Er was veel rook, maar ik wist niet eens of er vuur was… zou ik er wel doorgeraken?
Op het verdiep lager kwam ik mensen tegen, de jonge man die daar woonde vol roet, hoestend en naar adem happend, enkel gekleed in zijn onderbroek, in gezelschap van zijn buurvrouw, die hem gewekt had door op zijn deur te bonzen. Daarmee had ze eigenlijk zijn leven gered. Niemand wist wat er juist aan de hand was.
Beneden gekomen, was de brandweer al daar met drie wagens. We moesten allemaal verzamelen om te controleren of iedereen aanwezig was.
Enkel de meneer van het bovenste verdiep ontbrak nog, maar die wilde op zijn terras blijven staan, omdat hij de trap niet kon doen. Als het nodig was moesten ze hem daar maar afhalen.
Daar sta je dan, op een drukke zaterdagmorgen, op straat in slaapkledij. Hetgeen ik toen voelde zal ik nooit kunnen beschrijven. Mijn verstand stond op nul. Het leek wel alsof ik alleen en verlaten was. Het vuur was in het appartement onder mij. Als verloren schapen zagen we de brandweermannen het gebouw ingaan met brandslangen en nadat ze boven het venster hadden opengedaan, kwam de rook naar buiten, terwijl ze hun ladders ertegen plaatsten. De pikzwarte rook ging recht omhoog, langs mijn ramen.
De vensters waren met een dikke laag roet bedekt, zwart als de hel. Een smeulende TV werd in een tapijt gedraaid naar buiten geworpen. Dat was de schuldige: een implosie.
Gelukkig  was er weinig waterschade, alleen veel roet. Ik moest mijn vensters openzetten, want bij mij was er ook veel rook.
Maar net daarvoor dacht ik plots aan mijn cavia, door het schrikken was ik haar vergeten, ik had haar nog maar twee weken.
Ik wilde haar per se redden en een van de brandweermannen was zo goed om met mij mee naar boven te gaan. Gelukkig was het arme beestje niet gestikt. Maar misschien heeft ze toch rook ingeademd, want twee jaar later heeft ze klierkanker gekregen.
Ik had ook nergens aan gedacht, alleen mijn GSM, om mijn zoon te kunnen bellen. Op zo’n moment heb je gewoon een blackout.

Nadat iedereen terug naar binnen mocht, heb ik eens rondgekeken, ben  in snikken uitgebarsten en heb zeker een uur gehuild. Toen ben ik begonnen met alles af te wassen. Gewoon verstand op nul en poetsen maar. De stress geeft je een onvermoede kracht.

Maar daarna stond er mij nog een koude douche te wachten. Mijn verzekeringsagent vertelde mij dat ik geen brandverzekering had.
Wat was er gebeurd? Voor mijn verhuis was er een vergissing gebeurd, ik was zonder het te weten dubbel verzekerd. Een van de twee zou een jaar geschrapt worden en als de ene verlopen was, begon de andere weer. Ik weet nog dat ik zei: hopelijk vergeten we dat niet. Waarop de man: neenee, ik zet het in de computer, geen probleem. Maar er ging dus toch iets mis.
Alhoewel ik heel precies ben met mijn betalingen, is mij dat ontgaan. (ik hou niet van doorlopende opdrachten)
Gelukkig zat ik niet met de schade, want dat zou pas een ramp geweest zijn.
Het is onbegrijpelijk hoe het verstand kan stilvallen door paniek. Alleen mijn GSM had ik mee, geen papieren, geen geld, geen kleding… niets…
Het heeft nog lang geduurd eer ik mijn klokradio terug durfde te laten spelen. Ik wilde alle geluiden horen, wilde allert blijven.

Deze ‘zwarte’ zaterdag zal ik nooit vergeten…

 
10 Comments

Geplaatst door op augustus 6, 2011 in archief, brand, dagboek, drama, ergernissen, het leven

 

Droom.

Stenen trappen zweven tot het strand…
steeds opnieuw die droom,
geen begin en zonder einde,
blote voeten sporen in het zand.

 

De felle zon verblindt mijn zicht,
er staat een donk’re schaduw,
‘k weet echt niet wie het is,
zijn silhouet beneemt mijn licht.

 

Ooit start mijn droom wat later,
en zie ik zijn gelaat heel klaar,
maar hoeveel dromen zal hij wachten,
misschien ben ik dan wel te laat.

 
21 Comments

Geplaatst door op oktober 8, 2010 in archief

 

Een beetje teveel.

KORTVERHAAL- (archief)

De telefoon rinkelde in het plaatselijke politiekantoor en de agent die opnam, luisterde aandachtig. Ondertussen maakte hij enkele aantekeningen op een blocnote die voor hem lag. Met het afgescheurde blaadje in de hand begaf hij zich naar inspecteur Frank Baals en dropte het vóór zijn neus.
‘Dode gevonden op de campus, chef, ene zekere Tony Swerts, eerstejaars. Heeft gisteren meegedaan aan de ontgroening en werd vandaag dood aangetroffen, buiten op een bank.’
Baals had als bijnaam ‘de slaver’, afgeleid van ‘slavendrijver’. Gewoon omdat hij met een lachend gezicht kon verkondigen dat er overuren moesten geklopt worden. Iemand die hem niet kende, verwachtte dat hij een mop ging vertellen. Maar zijn medewerkers wisten maar al te goed wat het betekende als hij op zo’n bepaalde manier, met zijn hoofd een beetje schuin, zei: ‘mannen…’ . Dan konden ze hun afspraken voor die avond wel vergeten.
Hij nam de nota aan en wierp er een vluchtige blik op.
‘Oké, er naartoe. Borgs trommel jij enkele agenten op en zorg er voor dat de plaats wordt afgezet, vóór alle sporen zijn uitgewist door nieuwsgierigen, als het al niet zo ver is! Jij komt ook mee met mij!’
Kris Borgs zuchtte.
‘Oké, chef!’ Hij had er een hekel aan om met de baas mee te rijden omdat die het vertikte een dienstwagen te nemen. Enkel zijn eigen aftandse, bijna antieke Opel, van een onbestemde kleur blauw, vond in zijn ogen genade. Dat de anderen het ding smalend een vierwielig roestmonster noemden, liet hem koud. Hij had voor het werk geen statussymbolen nodig.

Op de campus aangekomen, zag hij onmiddellijk Eric Daniels en zijn ‘snuffelhonden’ (op twee benen) die de plaats al hadden afgezet en nauwkeurig naar sporen zochten. Eric die hem zag aankomen zei binnensmonds:
‘Daar heb je de slaver en zijn rammelkar!’
‘Hoy, Eric, al iets gevonden?’
‘Niets speciaals, de directeur heeft al iedereen uit de buurt gejaagd en wacht op je in zijn kantoor met een paar gasten die er gisteren bij waren. Heeft zeker veel politiefilms gezien.’ grinnikte de aangesprokene.
Baals wierp een blik op het lijk in de plastiekzak en ging het gebouw binnen.
Op een bank zaten enkele jongeren die hem wat schichtig aankeken. Nadat hij de directeur had begroet, besloot hij met het jonge meisje te starten. Ze zag erg bleek en was zeker van streek. Hij dacht dat hij met haar best de vaderlijke toer op kon gaan.

‘Zo meisje, vertel mij eens hoe je heet en wat er gisteren gebeurd is.’
‘Hanny Vanseer, mijnheer, ik ben… was de vriendin van Tony.’ Hier begon ze plots te snikken, maar na een strenge blik van de man nam ze zich bijeen.
‘Gisteren was er een ontgroeningsceremonie. Twee jongens moesten elk een ganse fles Jenever leegdrinken. Ik zei nog tegen Tony: niet doen! Maar hij wilde niet luisteren en noemde mij een flauwe trut. Dan ben ik weggegaan en toen ik na een tijdje terugkwam, lag Tony stomdronken op de bank. Ze kregen hem niet wakker en besloten hem daar te laten liggen, voor als hij soms… je weet wel.’
‘Bleef je lang weg? En waar waren de anderen ondertussen?’
‘Ik bleef niet zo lang weg, misschien een uur. De anderen probeerden hem wakker te krijgen, maar hij reageerde niet.’
‘Bemerkte je iets abnormaals?’
‘Nee, hij snurkte wel erg hard en ik ben dan een deken gaan halen omdat het wat fris was en heb hem daarmee toegedekt. Dan ben ik gaan slapen.’

Het verhoor van de vijf anderen bracht ook niet meer aan het licht. In grote trekken vertelden allen hetzelfde als het meisje. Rechercheur Borgs had alles genoteerd en samen overliepen ze nog eens het lijstje.
‘Dit is bitter weinig. We zullen op de autopsie moeten wachten. Zogauw we de juiste doodsoorzaak hebben, kunnen we hier mee verder. Het was voor die gast misschien een overdosis. Hoe halen ze het in Godsnaam in hun stomme koppen! Een ganse fles Jenever!’
Hij klakte met zijn tong en schudde afkeurend het hoofd.
Buiten dwaalden ze nog wat rond over het terrein. Baals staarde een ogenblik nadenkend naar de nu lege bank en het platgetrapte gras errond. Dit zou nooit veranderen, in zijn tijd waren er ook al ongelukken gebeurd bij die flauwe kul. Op dit gebied leefden ze eigenlijk nog in de middeleeuwen. Met een diepe zucht ging hij er vandoor.

Enige tijd later kreeg Baals het rapport van de autopsie. Borgs was het persoonlijk gaan ophalen bij pathologie om het zo snel mogelijk in handen te hebben. Hoogst aandachtig begon Baals er in te lezen, tot hij op een gegeven moment zachtjes tussen zijn tanden floot. Dit was hoogst interressant!
‘Kris, we gaan dadelijk naar de campus, die gasten nog eens tussenpakken, nu hebben we een been om op te staan!’
De directeur stond er op om persoonlijk de bewuste getuigen op het appèl te roepen en stelde zijn bureau ter beschikking.
Toen Baals het meisje zag was hij ervan overtuigd dat ze op het punt stond om in te storten. Hij sprak haar streng aan.
‘Wel Hanny, is er niet iets dat je vergeten bent te vertellen?’
Ogenblikkelijk barstte ze in tranen uit en verklaarde hortend:
‘Het is mijn schuld… ik heb hem vermoord… het is mijn schuld dat hij dood is.’
Baals keek haar een ogenblik verbaasd aan.
‘Ah ja? Verklaar je eens nader?’
‘Tony was erg bang voor wat ze met hem gingen doen… en daarom heb ik hem twee Valiums gegeven. Ik kon toch niet weten dat hij Jenever moest drinken… heeft hij een hartstilstand gehad ofzo?’
Stilzwijgend nam hij haar even op, terwijl hij diep in gedachten verzonken met zijn vingers door zijn dunne haar streek.
‘Neen, ik kan je verzekeren dat hij daaraan niet gestorven is.’
Hij liet haar buiten wachten en riep de jongens samen binnen. Even speelde hij de truc van het grote zwijgen, terwijl hij met zijn balpen tegen zijn tanden tikte, kwestie van hen een beetje nerveus te maken. Dan viel hij bars met de deur in huis.
‘Nu wil ik eens exact weten hoeveel flessen Tony Swerts van jullie heeft moeten drinken?’
Ze keken elkaar wat schichtig aan en de moedigste zei:
‘Een fles, mijnheer… ‘
‘Ach zo!… en welke idioot heeft hem nog meer drank in zijn keel gegoten toen hij al bewusteloos was?’
Hij genoot een beetje sadistisch van de ontreddering die op hun gezichten verscheen.
‘Ik kan jullie namelijk vertellen dat er bij de autopsie een grote hoeveelheid drank in zijn longen is gevonden. Iemand die bewusteloos is, slikt namelijk niet en daardoor loopt de vloeistof rechtstreeks in de longen. Wat Hanny voor snurken hield was die jongen zijn doodsreutel. Hij is gewoon gestikt, of mag ik zeggen: verdronken? Jullie worden alle vijf in voorlopige hechtenis genomen, tot de zaak opgehelderd is. Kris, zorg jij eens voor vervoer?’
Met een imponerende klap sloot hij het dossier.

 
8 Comments

Geplaatst door op oktober 2, 2010 in archief

 

Oliebollen. (archief)

images_466x3501De dag voor nieuwjaar, besloot ik om smoutebollen  te bakken. Het juiste woord is zeker oliebollen, maar wij zeggen smoutebollen.
Deeg maken valt wel mee, ik heb een automatische broodmachine, dus geen probleem.
Een friteuse heb ik al lang afgeschaft, omwille van de geur die dagenlang in je appartement blijft hangen en frieten eet ik dus op een ander.
Maar daar is een mouw aan te passen. Ik kon een kookpot nemen, daar olie in doen, maar ik besloot om een hoge braadpan te nemen. Dáár een flinke bodem olie in zou ook wel goed zijn.
Nu moet het lukken dat ik eens bij Blokker zo’n ding heb gekocht, waar je het deeg kan indoen en dan duw je daarop en kan je van die mooie ronde donuts maken, met een gat in het midden.
Maar om het deeg een beetje vlotjes eronder uit te laten lopen, rechtstreeks in de olie, mag het niet te stevig zijn.
Geen probleem, ik maak gewoon gistdeeg met wat meer water bij, zodat het een beetje vloeibaar is. Tot zover alles oké.
Mijn deeg was heel mooi gerezen en mals. ‘t Was effe sukkelen om het in dat smalle ding te krijgen, een hele hoop erlangs (goed vloeibaar) maar ze vielen goed in model en de eerste mooie donuts lagen al te bakken.
Maar ik had het geluk dat ik met een lepel in het deeg was geweest waar zeker wat water aanhing, dus ineens begint dat daar in die pan te spetteren en te spetteren. In eerste instantie wilde ik  al om hulp roepen of weglopen, maar dat zou niet veel geholpen hebben.
Snel legde ik een deksel op de pan om de spatten een beetje tegen te houden. Jawadde… het deksel maakte condens en toen ik het optilde… begon het pas tegoei te spetteren.
Lieve hemel! Het kookvuur, de frigo, koffiemachien, broodrooster, waterkoker, ikzelf… allemaal olie. Zelfs mijn pols was wat verbrand.
Gelukkig had ik in de frigo nog wat Flamazine, natuurlijk over datum, want die had ik nog uit een vorig leven, in de horeca. Maar het was beter dan niks.
Wat overbleef was een berg afwas, want vloeibaar deeg plakt ook nog overal in. Plus het vet dat ik aan alle kanten moest verwijderen, en de vloer dweilen. Maar… ik had wel smoutebollen, echte gelijk op de kermis!
Ik kan wel zeggen, dat stom aparaatje van Blokker vloog onmiddellijk de vuilbak in, ik wil dat ding niet meer zien. En de volgende keer dat ik nog eens bakideeën krijg, maak ik van die gewone ronde bollekes met stevig gistdeeg. Voor mij genen truut meer. Donuts gedaan!
En degene die er toch een gat inwil, maakt er maar zelf een met de appelboor!

********************************

Aan iedereen warme wensen voor 2009! Dat dromen mogen uitkomen. En dat we vrede in onze harten voelen en begrip voor onze medemensen.

 
8 Comments

Geplaatst door op december 30, 2008 in archief

 

Een slippertje… en sudeck.

hpim1082_466x350

Dit postje komt uit mijn archief (vorig blog Speedy) maar omdat er nog zoveel reacties op komen, heb ik het hier opnieuw geplaatst. Er is blijkbaar veel interesse voor dit probleem.

(dit verhaal dateert van januari 2002)

Na het krokusverlof zie je ze lopen, fier als een gieter; als ze van hun skivakantie een trofee hebben kunnen meebrengen: nl. een gipsvoet.
Het is een beetje een statussymbool, en met of zonder krukken, de bedoeling is om gezien te worden.
Want wanneer er iemand medelevend vraagt wat er gebeurd is, wordt er uitgebreid verslag uitgebracht over het hotel waar ze gelogeerd hebben en de kwaliteit van de sneeuw en zeker de plezante après-ski. Het vallen en breken wordt dan terloops wel vermeld, maar vanwege al die andere prettige dingen een beetje naar de achtergrond verdrongen.

Ik was hen vóór, namelijk in januari al, notabene op tweede nieuwjaarsdag. Niet dat ik was gaan skiën, oh nee, verre van. Domweg uitgegleden op de mooie blauwe stenen, waar het centrum hier ‘rijk’ aan is.
Om te glijden hoef je niet naar Oostenrijk te gaan!
Die stenen hebben ‘iets’. Ze sparen de koude na een periode van vorst zodanig op, dat zelfs wanneer het niet meer vriest, je tegen de avond het ijs uit de grond omhoog ziet komen. Zo brak ik mijn rechterpols en kreeg een gips waar èchte skiërs alleen maar eens smalend naar konden kijken.

Voor mij voelde het ook niet aan als een trofee, er zat iets goed fout. Dat omhulsel spande te hard.
Maar in het ziekenhuis werd mijn klacht met enkele kwinkslagen weggelachen. Ach mevrouwtje, u moet een beetje geduld hebben en eens op uw tanden bijten. Jawadde!!
Hoe los je zoiets op? Hoe stout mag je zijn als je wenst dat er naar je geluisterd wordt? Klop je op tafel of op die grapjassen?
Ik deed geen van beide en verdroeg.
Af en toe vroeg mij wel eens iemand of mijn arm al jeukte… ik kon mij dat met de beste wil van de wereld niet voorstellen, ik had alleen maar pijn en nog eens pijn.
De dag dat mijn kwelgeest er af mocht, begon de ellende pas goed. Op het ogenblik dat het bloed door mijn aders weer stroomde, verloor ik bijna het bewustzijn van de pijn. Mijn hand en vingers zwollen op en verkleurden tot zo’n soort rode-kool-tint.
Nu mag dat wel de modekleur zijn, maar ik heb toch liever dat mijn ledematen daar niet aan meedoen.
De mij toegewezen assistent schrok zichtbaar, maar zweeg wijselijk. De behandelende specialist maakte zich geen zorgen en vond dat alles wel zou opgelost zijn met enkele ontstekingsremmers en een paar beurten kine. Waarschijnlijk dacht hij dat huisdokters er ook voor iets zijn.

Na twee maanden was mijn hand nog niet opgeknapt. Ik telde mijn vingers en was blij dat ik ze nog allemaal had. Maar het leek er niet op dat het nog ooit terug goed ging worden.

De behandeling heeft twee jaar geduurd, beste lezers, zestig kine-beurten, vijfenveertig spuiten calcium+vit.d, mijn arm ontstoken tot aan mijn hals en zelfs nu is mijn hand nog lichtjes stijf. Hopelijk hoef ik zoiets nooit meer mee te maken, want het is een onbeschrijflijk leed. Nu weet ik dat ik een sudeck heb gehad, maar geen kat die mij dat toen vertelde en niemand was verantwoordelijk.
En dan te bedenken dat ik die dag gewoon met mijn laatste 79fr. een kop koffie wilde gaan drinken! (De euro weet je nog?)
Maar misschien dat ik in ‘t vervolg toch maar beter ga skiën, want daar wéét je tenminste dat het glad is. En zo’n ski-gips lijkt toch wat chiquer, of ligt het gewoon aan het decor?

 
82 Comments

Geplaatst door op december 5, 2008 in archief, sudeck, sudeck bijwerkingen

 

Tags:

De vier vaargetijden.


Al ooit een vakantie doorgebracht op een binnenschip? Ik wel! Een vrachtschip omgebouwd tot klein varend hotel, ‘De vier Vaargetijden’ genoemd. Er zijn maar vier kajuiten, zodat er hoogstens plaats is voor acht gasten. Daarmee hou je een familiale sfeer. Je wordt er verwend door het schipperskoppel die beiden een vaarlicentie hebben. Beiden hebben zelfs de titel van kapitein.
Het is gewoon zááálig, het weer was ook fantastisch. Ja, de zomer van 2003. Ik kreeg sms’ jes van het thuisfront: we kunnen niet slapen, het is hier 36gr. terwijl daar op het water niets van te merken was.
De bedden waren opgemaakt met heerlijk frisse witte lakens. Elke kajuit had ook zijn eigen douche en toilet. Meer heb je niet nodig.
‘s Morgens als we lekker uitgerust in de woonruimte kwamen, stond het ontbijt al op ons te wachten, de schipperin was al naar de bakker geweest om verse broodjes. Je kon het niet bedenken of het stond wel op tafel. En had je extra wensen dan werd daar ook in voorzien.
Nooit eerder in mijn leven was ik zo verwend en in de watten gelegd als op dat schip. Na het ontbijt werd er meestal gevaren en tegen de middag stond er weer een eetfestijn in buffetvorm gereed. Beneden kon je je bord volscheppen en dat boven op het dek, aan de grote daarvoor voorziene tafel gaan opsmikkelen. Ondertussen zag je het landschap aan je voorbijglijden.
We hebben ook aan de wal gelegen, drie dagen in Brugge en twee dagen in Gent, net toen daar de ‘Gentse Fiesten’ bezig waren.
Fietsen waren er ook aan boord, dus keuze genoeg. Er lagen stadsplannen gereed en uitgestippelde routes, aan alles was gedacht.
Heel mooi was ook de afvaart van de Leie. Achter elke bocht werd je verrast door ongelooflijk mooie villa’s . Nooit eerder zag ik zoveel verschillende stijlen.
Waar ik ook onder de indruk van was: de sluizen en de bruggen! Al die mensen die voor die ophaalbruggen moesten wachten tot wij daar voorbij waren. Wij in onze dekstoelen als koningen. We hoorden soms wel eens: oh… die zitten daar fijn! Misschien ook wel met een beetje afgunst.
‘s Avonds weer een rijkgedekte tafel, onze kokkin verraste ons telkens weer met de meest fantastische gerechten.

Veel te snel waren die dagen voorbij, ik hoop het nog eens te mogen meemaken. Ze doen ook andere routes.

Nog eens bedankt lieve mensen voor die fijne vakantie!

 
20 Comments

Geplaatst door op juni 13, 2008 in archief

 

Gevoel voor taal…

Nederlands is voor buitenlanders moeilijk te leren, maar weten we ook waarom?

Men spreekt van één lot en verschillende loten

maar ‘t meervoud van pot is natuurlijk niet poten.

Zo zegt men ook altijd één vat en twee vaten,

maar zult u ook zeggen één kat en twee katen?

Laatst ging ik vliegen, dus zeg ik: ik vloog,

maar zeg nou bij wiegen beslist niet: ik woog,

want woog is nog altijd afkomstig van wegen,

maar is dan ik voog, een vervoeging van vegen?

Wat hoort er bij zoeken? Jazeker ik zocht,

en zegt u bij vloeken dus logisch: ik vlocht?

Welnee beste mensen, want vlocht komt van vlechten.

En toch is hocht niet afkomstig van hechten.

En bij lopen hoort liep, maar bij kopen geen kiep.

En evenmin zegt men bij slopen: ik sliep.

Want sliep moet u weten, dat komt weer van slapen.

Maar fout is natuurlijk: ik riep, bij het rapen.

Want riep komt van roepen.

Ik hoop dat u ‘t weet en die kronkels beslist niet vergeet.

Dus: kwam ik u roepen, dan zeg ik: ik riep.

Nu denkt u: van snoepen dat wordt dan ik sniep?

Ried komt van raden, komt biedt dan van baden?

Welnee dat wordt bood.

En toch volgt na wieden niet ik wood.

Ik gaf, hoort bij geven, maar ik laf niet bij leven.

Dat is zo dom als: ik waf, bij weven.

Wij drinken en hebben gedronken,

maar echt niet: wij hinken en hebben gehonken.

‘t Is moeilijk maar van weten komt wist,

maar hoort bij vergeten nu logisch vergist?

Hoort bij slaan nu: ik sloeg, ik slig of ik slond?

Want bij gaan hoort: ik ging, niet ik goeg of ik gond.

En heet een mannetjesrat nu een rater?

Dat geldt alleen bij kat en bij kater.

U ziet beste dames en heren,

onze taal is heel moeilijk te leren!

(auteur onbekend)

 
25 Comments

Geplaatst door op juni 7, 2008 in archief

 
 
Follow

Get every new post delivered to your Inbox.