10-05-2007
Door Zapnimf en Elke kwam dit weer ter sprake en daarom post ik het opnieuw; zoals ik dacht, het verhaal van de onderbroek kwam er pas later bij in de kortere versie!
Het moet zo’n drie jaar geleden zijn. (dus: 2004)
Een zaterdagochtend, acht uur, nog wat nasoezelen in bed. Luisterend naar de radio.
Het leek die dag wat drukker in het gebouw, meer geluiden dan anders. Wie was er nu weer zo vroeg bezig?
Een stem die riep… was dat nu buiten of was dat binnen…
De tweede keer hoorde ik duidelijk: brand!…
Lieve hemel, toch niet waar zeker?
Iemand belde beneden aan en nog iemand aan de gangdeur.
Snel mijn peignoir aan en de deur open…
De trappenhal stond vol rook. Ik hoorde roepen, iedereen naar buiten!
Mijn verstand stond precies stil… hoe… in mijn slaapkleed, zomaar de straat op…
Ik nam mijn GSM en sloot de deur achter mij en begon de trap af te dalen, je mag in zo’n geval de lift niet gebruiken. Er was veel rook, maar ik wist niet eens of er vuur was… zou ik er wel doorgeraken?
Op het verdiep lager kwam ik mensen tegen, de jonge man die daar woonde vol roet, hoestend en naar adem happend, enkel gekleed in zijn onderbroek, in gezelschap van zijn buurvrouw, die hem gewekt had door op zijn deur te bonzen. Daarmee had ze eigenlijk zijn leven gered. Niemand wist wat er juist aan de hand was.
Beneden gekomen, was de brandweer al daar met drie wagens. We moesten allemaal verzamelen om te controleren of iedereen aanwezig was.
Enkel de meneer van het bovenste verdiep ontbrak nog, maar die wilde op zijn terras blijven staan, omdat hij de trap niet kon doen. Als het nodig was moesten ze hem daar maar afhalen.
Daar sta je dan, op een drukke zaterdagmorgen, op straat in slaapkledij. Hetgeen ik toen voelde zal ik nooit kunnen beschrijven. Mijn verstand stond op nul. Het leek wel alsof ik alleen en verlaten was. Het vuur was in het appartement onder mij. Als verloren schapen zagen we de brandweermannen het gebouw ingaan met brandslangen en nadat ze boven het venster hadden opengedaan, kwam de rook naar buiten, terwijl ze hun ladders ertegen plaatsten. De pikzwarte rook ging recht omhoog, langs mijn ramen.
De vensters waren met een dikke laag roet bedekt, zwart als de hel. Een smeulende TV werd in een tapijt gedraaid naar buiten geworpen. Dat was de schuldige: een implosie.
Gelukkig was er weinig waterschade, alleen veel roet. Ik moest mijn vensters openzetten, want bij mij was er ook veel rook.
Maar net daarvoor dacht ik plots aan mijn cavia, door het schrikken was ik haar vergeten, ik had haar nog maar twee weken.
Ik wilde haar per se redden en een van de brandweermannen was zo goed om met mij mee naar boven te gaan. Gelukkig was het arme beestje niet gestikt. Maar misschien heeft ze toch rook ingeademd, want twee jaar later heeft ze klierkanker gekregen.
Ik had ook nergens aan gedacht, alleen mijn GSM, om mijn zoon te kunnen bellen. Op zo’n moment heb je gewoon een blackout.
Nadat iedereen terug naar binnen mocht, heb ik eens rondgekeken, ben in snikken uitgebarsten en heb zeker een uur gehuild. Toen ben ik begonnen met alles af te wassen. Gewoon verstand op nul en poetsen maar. De stress geeft je een onvermoede kracht.
Maar daarna stond er mij nog een koude douche te wachten. Mijn verzekeringsagent vertelde mij dat ik geen brandverzekering had.
Wat was er gebeurd? Voor mijn verhuis was er een vergissing gebeurd, ik was zonder het te weten dubbel verzekerd. Een van de twee zou een jaar geschrapt worden en als de ene verlopen was, begon de andere weer. Ik weet nog dat ik zei: hopelijk vergeten we dat niet. Waarop de man: neenee, ik zet het in de computer, geen probleem. Maar er ging dus toch iets mis.
Alhoewel ik heel precies ben met mijn betalingen, is mij dat ontgaan. (ik hou niet van doorlopende opdrachten)
Gelukkig zat ik niet met de schade, want dat zou pas een ramp geweest zijn.
Het is onbegrijpelijk hoe het verstand kan stilvallen door paniek. Alleen mijn GSM had ik mee, geen papieren, geen geld, geen kleding… niets…
Het heeft nog lang geduurd eer ik mijn klokradio terug durfde te laten spelen. Ik wilde alle geluiden horen, wilde allert blijven.
Deze ‘zwarte’ zaterdag zal ik nooit vergeten…



Het moet geleden zijn van begin jaren tachtig dat we hem voor de laatste keer zagen. Toen ze allemaal nog kinderen waren en samen speelden met zelfgecreëerde dingen. Eigenlijk was het een plezante tijd, toen alles nog heel gewoon was, in niets vergelijkbaar met de dag van vandaag.
De titel van het toneelstuk, was wel wat misleidend. Gewoon omdat het er niets mee te maken had.
Nee, echt, die ene dag, ik zal hem nooit vergeten. Het hele gebeuren heeft een diepe indruk op mij nagelaten.
Toen ik de omslag opende, zag ik teveel cijfers. Het schemerde een beetje vóór mijn ogen. Dus moest ik even knipperen om alles duidelijk te zien.