
Dit is een van de fonteinen die je verwelkomen wanneer je Genk binnenrijdt.
Maar net op de dag dat ik besluit om een foto te gaan maken, heeft iemand het in zijn hoofd gehaald om de kranen dicht te draaien. Ook de (beloofde) zon is niet op het appèl. Moest ik een andere keer teruggaan voor een foto, dan zijn de Paasbloemen waarschijnlijk al uitgebloeid. Dus; geen opspuitend water en geen zon.
Aan de andere kant van het park, zou er gestart worden met een toren-flatgebouw, van maar liefst honderd meter hoog en drie appartementen breed. Het heeft zelfs in de krant gestaan, maar ik hou het voor een aprilgrap. Ik heb het ook al gelezen in verschillende versies, maar geloof er dus niet in.
Mijn wandeling gaat verder langs de vijvers, waar ik mij een ijsje koop. Dat deel ik met een bedelende zwaan. Ik op het staketsel en zij net onder mij. Wanneer ze mij een stukje van de koek ziet afbreken, doet ze haar bek wagenwijd open. Door de wind lukt het niet zo goed om de stukjes er in te mikken. Heel even wil ze omhoog springen, maar ik denk op tijd aan mijn vingers. Wanneer ze het laatste stukje verslonden heeft, toon ik haar mijn lege handen en zeg; alles op. Meteen draait ze zich om, op zoek naar betere plaatsen.
Het volgende tafereel kwam ik ook nog tegen. Vraag me niet wat de bedoeling hiervan is, maar zo zie je maar dat je je foto-apparaat steeds moet bijhebben.























