Het lijk in de namiddag. (deel 2)

Langs de balie komend, waar Tine van dienst was, een blondine met een weelderige haardos en dito boezem, keerde Van Hoof op zijn stappen terug. Hij vergat bijna dat hij nog moest intekenen waar ze naartoe gingen.

‘Melis, hoe was dat adres ook alweer?’

‘Greenstraat zes, chef.’

Op hun weg naar de parking keek Melis hongerig naar de broodjeszaak aan de overkant van de straat. Vandaag had hij echt nog niet veel achter de kiezen gehad.

‘Kunnen we niet eerst iets eten chef?’

‘Neen, ik heb geen honger.’ murmelde deze.

Ja natuurlijk, de chef geen honger, niemand honger.

Een beetje met een schuldgevoel tegenover de jongere man zei hij dan wat milder:

‘We hebben er geen tijd voor. Als we nog lang wachten zijn die mensen al naar bed en mochten ze wat hardhorig zijn, krijgen we hen vandaag zelfs niet meer wakker.’

Ze stapten in een grijsgroene gammele Volvo, welke ook al zijn beste tijd had beleefd. Van Hoof bolde in een gezapig tempo, wat ook wel een beetje bij zijn figuur en zijn karakter paste. Wanneer Melis reed, wilde die wel eens door de bochten scheuren, met piepende banden. Vooral in een dienstwagen, het bracht een beetje actie in de sleur van elke dag.

Hun bestemming lag maar een kwartiertje rijden van het bureau. Het bewuste adres was een lange rechte laan, afgezoomd met oude Platanen. De straatlantaarns waren gehuld in de schaduw van de takken met hun grote bladeren, zodat de omgeving maar spaarzaam verlicht overkwam.

Op dit uur was er buiten niemand te bespeuren, alleen een magere straathond liep rond te snuffelen aan de vuilnisbakken. Er stonden maar enkele geparkeerde auto’s, zodat een plaatsje vinden al geen probleem vormde.

Nummer zes viel niet op tussen de andere huizen, die eigenlijk allemaal een beetje op elkaar leken.

Van Hoof belde aan en het duurde geruime tijd vooraleer ze een sloffend geluid hoorden naderen in de gang. De deur werd niet dadelijk geopend. Er ging een klein luikje open en een mannenstem vroeg:

‘Wie is daar?’

‘Goedenavond mijnheer Benssen? U hoeft niet te schrikken, maar het is de politie. Mogen we misschien even binnenkomen?

‘Is er iets gebeurd? Kunt u zich legitimeren?’

Van Hoof haalde zijn brieventas uit zijn zak en hield hem geopend in het schamele straaltje licht dat door het luikje naar buiten viel. De oude man opende nu de deur en zei een beetje verontschuldigend:

‘Men kan tegenwoordig maar beter voorzichtig zijn met wie men binnenlaat.’

‘Dat begrijp ik volkomen, u hebt gelijk. Ik ben inspecteur Van Hoof en dit is rechercheur Melis.’ stelde hij hen voor, eer hij verder ging.

‘Neem ons niet kwalijk dat we nog zo laat komen storen. Maar we kregen een telefoontje van een onbekende, dat er hier vandaag iets gebeurd zou zijn en daarom kwamen we eens kijken of u hier iets van weet?’

De man was duidelijk verwonderd.

‘Iets gebeurd? Ik weet nergens van. Of hebben jullie misschien weet van mijn machine in de kelder die briefjes van honderd drukt?’

Van Hoof glimlachte eens geduldig toen hij de ondeugende glinstering in de man zijn ogen zag. Melis sloeg zijn blikken vertwijfeld ten hemel, weer zo eentje die wilde bewijzen dat hij de plezantste thuis was.

Advertenties

3 thoughts on “Het lijk in de namiddag. (deel 2)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s