Kaas op veel producten is nep!

Pizza’s, lasagne en cheeseburgers bevatten vaak nepkaas, zonder dat dit duidelijk op het etiket vermeld staat. De nepkaas bevat geen melk, maar goedkopere plantaardige olie. Dat meldt het Nederlandse televisieprogramma Keuringsdienst van Waarde.

Uit een steekproef blijkt volgens het programma dat in de helft van de genoemde producten nepkaas zit. De keuringsdienst verwijst verder naar een onderzoek van Rikilt, een onderzoeksbureau van de Universiteit van Wageningen. Dat vond uit dat in de cheeseburger van McDonalds dertig procent nepkaas zit en in de huismerklasagne van de supermarktketen Albert Heijn veertig procent. De pizza’s van de supermarktketen Coop zouden zelfs zeventig procent nepkaas bevatten.

Nepkaas bestaat uit olie en zetmeel en met wat geur- en smaakstoffen kan de substantie op elke kaassoort lijken. De kunstkaas wordt vaak vermengd met echte kaas. Daardoor zou niet te proeven zijn dat het om een nepproduct gaat. Op het etiket staat wel dat het product plantaardige olie bevat, dat sowieso in veel samengestelde producten als pizza’s zit.

De kaas is niet schadelijk voor de gezondheid, maar volgens een van de makers in losse vorm zo smerig ‘dat een proefpersoon er van over zijn nek ging’. Hij heeft echter vooral bezwaar tegen de misleidende etiketten.

De Nederlandse Consumentenbond valt ook over de etiketten. “Nepkaas maken mag, toepassen mag ook, het is niet schadelijk, misschien zelfs wel iets gezonder dan gewone kaas. Maar volgens de Warenwet mag je geen onjuiste indruk wekken van de samenstelling van een product en dat gebeurt hier wel”, zegt een woordvoerder. De Consumentenbond vraagt de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) dan ook de kwestie nader te onderzoeken.

De VWA laat weten volgend jaar met de kaas aan de slag te gaan. Dan wordt eerst onderzocht of er wel een structureel kaasprobleem is. Mocht dat het geval zijn, dan start de VWA een speciaal project, waarin bijvoorbeeld boetes aan fabrikanten kunnen worden uitgedeeld. Het RVU-programma wordt donderdagavond uitgezonden.

Blogmeeting bij Chelone.

We worden wel verwend zeg, twee meetings redelijk kort na mekaar.

Wat klagen sommigen toch dat ze er zonder gps niet geraken. Met het plannetje van Chelone, geen probleem gehad. (ahum…) Ik moet wel toegeven dat ik ook nog nooit zoveel Zeeptstraten achter elkaar ontwaarde.

Het bleef maar: dan rechts, dan links… maar we hebben niet moeten vragen (stoef, stoef), ook niet aan die vent met zijn grasmachine.

En dan kom je aan bij Chelone; een aards paradijs van bloemen en planten.

We waren bij de vroegen en daarom pasten we nog onder de parasol toen er heel even een donkere wolk zijn lading kwijt wilde. Geen probleem, we bleven droog. Mijnheer van madame (sorry, ik vergat zijn naam) wees naar boven waar de flapjes van de parasol een beetje geplooid waren. Zijn woorden waren nog niet weggewaaid of Menck kreeg al een klets water in zijn nek. Omdat ik hard in de lach schoot, kreeg ik meteen mijn straf, want een volgende douche was voor mij bestemd. Net achter mij op de rugleuning van mijn stoel, maar toch genoeg om mijn broek een grote natte vlek te bezorgen.

Stilaan begon het volk binnen te stromen. Heeft Menck goed geteld dan waren we met vijfentwintig. Leuk, heel leuk!

En vermits iedereen iets te bikken bijhad, was het weer een (fr)eetfestijn. De dranken waren al gereed gezet door Chelone.

Ongeveer de helft van de aanwezigen kende ik van de vorige keren, maar er waren ook nieuwe mensen bij. Maar het is toch niet gemakkelijk om al die gezichten te linken aan de nick- en blognamen.

Omdat ik al op andere blogs ben gaan kijken, is mij onthuld dat ik een soort flater geslagen heb. De huisvrouw liet uitschijnen dat ze alleen maar chocomousse ging eten. Ik riep haar toe dat ze mijn portie gerust mocht nemen omdat ik daar toch niet zo’n liefhebber van ben. Zapnimf die naast haar zat, stuurde mij een donkere dreigende blik toe, geen idee waarom, maar toen ik haar postje las, kwam ik aan de weet dat de chocomousse door haar was meegebracht. Ja sèg! Gelukkig waren haar ogen geen kogels. 🙂

Chelone gaf ons ook een rondleiding door de tuin, als je alleen gaat zou je wel eens kunnen verdwalen.

Die tuin kan je hier niet met woorden beschrijven, ik wil het zelfs niet proberen. Maar dat hij prachtig is wist u al.

H. en ik mochten mee de kippen en de twee witte konijntjes voederen. Nadat we langs de vijver doorgelopen waren, kwaakten de kikkers luid omdat ze zich gestoord voelden.

De gesprekken vielen geen ogenblik stil, bloggers weten altijd wel iets te vertellen. (en mijn oren vingen al iets op over een volgende keer)

Op een fatsoenlijk uur namen we afscheid, ons afvragend hoe we de weg gingen terugvinden.

Volgens Chelone kon je de straat volgen en als je het ervoor over had om een klein stukje door kuilen te rijden, kwam je direct op de grote baan. De terugweg ging heel vlot.

Het was weer een fijne dag. Bedankt Chelone voor je gastvrije ontvangst, je bent een lieve schat!

Niemand wil Roo het reuzenkonijn.

Maak kennis met Roo het ‘monsterkonijn’. Roo is een zeldzaam Europese reuzenkonijn, weegt bijna zeven kilogram en is niet meteen geschikt om als ‘knuffelkonijntje’ in huis te nemen. Wat betreft omvang, is Roo even groot als een middelgrote hond. Recent werd het reuzenkonijn verkocht, maar wel heel snel bracht de konijnenliefhebber Roo terug naar de dierenwinkel. Ook een tweede koper hield het niet lang vol met Roo.

De eigenaars bleken veel te veel werk te hebben om Roo te onderhouden. Bovendien knabbelde het bijzonder levendige ‘monsterkonijn’ ook graag aan het meubilair uit hout. Gelukkig is er de dierenwinkel van het Schotse stadje Elgin nog, waar Tracy Simpson (zie foto) zich over het reuzenkonijn ontfermt.

Tjoeketjoeke…

Iemand die dagelijks de trein neemt, die moet toch boeken kunnen schrijven over alles wat daar te zien, te horen en te ruiken is.

Als ik iets niet kan verdragen, dan zijn het vieze geuren. Ook mensen hebben soms vervelende geuren.

Zit je daar op je gemak op de trein, stapt daar een hele bende pubers op die van Pukkelpop komen. Waarschijnlijk hebben ze drie dagen in dezelfde kleren geslapen, rondgelummeld en wie weet wat nog. Ze brengen een geur mee van zure kaas, verschraald bier en vuile onderbroeken. Het kampeermateriaal is er al niet beter aan toe. Hun bemodderde schoenen of wat daarvoor moet doorgaan, leggen ze ongegeneerd op de zetels en hun bagage ook. Zelfs wanneer er mensen willen zitten gaan, moet er nog eerst gevraagd worden of ze plaats willen maken.

Gelukkig hebben onze treinen een goede airco.

Maar als er iemand met een baby langskomt, in het bezit van een volle pamper, moet zelfs de airco het afleggen.

Een ‘dame’ stapt op met twee honden, die naar ‘hond’ rieken, als je maar betaalt mag je hond mee.

Soms is ordinaire parfum ook om misselijk te worden. En zweetgeuren!… Daar is nog verschil in, je hebt vers zweet en je hebt zweet van een week oud. Je ruikt duidelijk het verschil.

Wanneer er een oude man naast mij komt zitten, ben ik al blij dat hij niet naar bier of naar look ruikt. Ook al lijkt hij beschonken. Een dun straaltje tabakssap loopt langs zijn rechter mondhoek omlaag, niet om aan te zien. Onmiddellijk valt hij in slaap en ik hoop maar dat zijn hoofd niet mijn richting gaat uitzakken. Maar hij houdt zich redelijk recht. Maar die man heeft zo’n grauwe kleur, dat ik af en toe eens stiekem kijk of hij nog wel ademt. Veronderstel eens dat hij hier naast mij de geest moest geven… Dat zou er nog aan mankeren. Misschien is het maar komedie, want elke keer we stoppen, vraagt hij waar we zijn.

Daarna zit er nog een tijdje een jongeman van achttien naast mij, Sommigen zouden hem misschien een moederskindje noemen. Maar mij raakt het dat hij zo welgemanierd is. Zo maken ze er niet meer veel. Hij vertelt dat hij vakantiewerk doet in een fabriek van bietenzaad. Voor het weekend is hij naar zee geweest bij familie en nu rijdt hij naar huis, want maandag gaat hij terug aan het werk.

Ik vind hem al zo jong om niet meer naar school te gaan, maar hij legt mij uit dat hij verder gaat studeren voor leraar.

Wanneer ik dan uitstap, ben ik dankbaar voor de frisse lucht!

En dan vergat ik nog de mottenbollen en de muffe geur van kleding die eens om de tien jaar uit de kast komt.

Frisse voeten met grasslippers.

Met je blote voeten op gras wandelen kan een enorm verfrissend gevoel geven op hete zomerdagen. Helaas vind je op kantoor vaak geen groen gras. Daarom ontwikkelde een Amerikaans bedrijf slippers waarbij je altijd op gras wandelt.
Op de zool van de slippers staan echte grassprietjes, meldt weekend.be. Ze gaan, als je ze genoeg met water begiet, tot vier maanden mee. Voorlopig worden deze slippers gratis uitgedeeld aan Londense pendelaars. Het is nog niet zeker of je deze verfrissende slippers ooit in de winkel zal kunnen kopen.

Blijft het zo?

Wat een kutzomer!

Alles waar ik normaal over kan bloggen verdwijnt in het water. Activiteiten genoeg… maar…

Eens nat worden vind ik niet erg, neem een regenjas en een scherm en vertrek.

Bijna elk voorbije zondag van de vakantie is de rommelmarkt uitgeregend. De mensen pakken terug in of pakken zelfs niet uit, zoals vandaag. Iemand ging iets speciaals voor mij meebrengen, maar ik begrijp: de regen! Dus bijna lege straten. Geen optredens. Vandaag was normaal countrydag, muziek en dans. Daar zou ik zelfs voor in de regen staan… maar als er niemand is, vertrekken ze maar weer.

Zo ook op de festivalweide, elke dinsdagavond optredens… die meestal uitregenen, of bij gebrek aan geïnteresseerden er gewoon niet aan beginnen.

Voorbije donderdag ging er een film vertoond worden in open lucht (voor de eerste maal). Jawadde… niets… ze hebben de stoelen niet moeten openzetten, er was toch niemand. Het regende pijpenstelen.

Vandaag zitten ze in de modder op Rimpelrock. Volgens de krant was er toch een goede opkomst. Maar hoe plezant blijft het als je daar al zit van ’s morgens acht uur met je rimpelvoeten in het water?

En de beste performers komen dan ook nog als laatste op. Ik ben benieuwd of Paul Anka niet zal annuleren zoals de groten der aarde wel meer doen.

Het eerstvolgende optreden is hier in de weide en staat in mijn agenda: Els De Schepper. Wat zal het worden?

Eigenlijk klink ik wel erg negatief de laatste tijd… ’t zal aan het weer liggen zeker?

Terwijl ik dit artikel afwerk, komt de zon er door… is dat nu grappig?

Voorgevoelens komen (soms) uit…

Al heel mijn leven heb ik het gevoel dat ik OOIT het wereldeinde zal meemaken. Vraag me niet waarom, ik weet het zelf niet.

In de jaren van de ‘koude oorlog’ werd er ons voorgehouden, dat moest er een atoombom vallen, we niet in de lichtflits mochten kijken. Dan werden we zeker blind. (als je de flits kunt zien, zal je het zeker niet meer navertellen haha!) En we moesten onmiddellijk dekking zoeken onder een tafel. Hoe naïef!

Lichte aardbevingen zijn er ook geweest, vóór die tijd gebeurde dat enkel ver van ons bed.

Maar nu begint de aarde toch op te spelen, zonder dat ik het cliché van de ‘opwarming’ noem. Al die onweders, bijna elke bliksem is raak en sticht brand. Het water valt met emmers uit de lucht. Op veel plaatsen kampen ze met wateroverlast, meer dan ééns op dezelfde plaats. Dat sterk stromend water sleurt de modder mee van de velden en dan zien we niet eens wat het ondergronds voor schade aanricht. Tornados en windhozen kwamen vroeger maar heel zelden voor, nu bij elk onweer.

Minstens een keer per week hoor je wel over lichte aardbevingen in BELGIE!

Tropische dieren en insecten rukken op naar deze contreien. Ik wil geen doemdenker zijn en mensen bang maken, maar zeg nu zelf, heb ik gelijk of heb ik gelijk?

Alles wat er gebeurt op weergebied is zo extreem, dat ziet toch iedereen.

Kunnen we nog hopen op zelfherstel of wordt het alleen maar erger?

Zoals de waspoederreclame van vroeger, welke de zee zelfreinigend noemde…

We zullen wel zien…

Reuzehooiwagens ontdekt.

Een uit de kluiten gewassen grote broer van de hooiwagen verovert Nederland in sneltempo. Meer dan waarschijnlijk zit het dier, dat van het ene pootuiteinde tot het andere pootuiteinde een spanwijdte van 18 centimeter haalt, ook al in Vlaanderen. ”Eén troost: hooiwagens komen zelden binnen”, zegt spinnenkenner Koen Van Keer.
De langpotige beestjes zijn al waargenomen in groepen van honderden tot meer dan duizend stuks, stelt de Nederlandse hooiwagenexpert Hay Wijnhoven. Ze behoren tot het geslacht Leiobunumen. Gelukkig doen de megahooiwagens niemand kwaad.

Ze zitten graag in dichte kluwen onder dakgoten, raamkozijnen en op muren. De dieren zijn herkenbaar aan de donkere rug met een groene metaalglans. De buikzijde is opvallend lichtgekleurd. Het gevaar bestaat wel dat deze hooiwagen andere, kleinere soorten zal verdringen, aldus Wijnhoven. Ook in Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk komt de soort veel voor.

De Antwerpse spinnenkenner Koen Van Keer zet de puntjes op de ’i’: ”Hooiwagens zijn geen echte spinnen. Ze behoren tot de zelfde klasse als de spinnen, de klasse van de arachnidae, die is onderverdeeld in de ordes van de hooiwagens, spinnen, teken en mijten, schorpioenen en pseudoschorpioenen.

Hooiwagens hebben ook acht poten, maar ze kunnen bijvoorbeeld geen web maken. Mensen verwarren hooiwagens al te vaak met trilspinnen, die je wel massaal binnen in huis aantreft. Een trilspin heeft een tweeledig lijf, terwijl een hooiwagen gewoon een ’bolleke’ met poten is.”

Volgens Koen Van Keer is 18 centimeter een indrukwekkende spanwijdte, ”zeker met al die poten. Maar langs de andere kant: onze grote huisspin heeft ook poten van 7 centimeter. Als je die totale spanwijdte neemt inclusief het lijf, zit je ook al gauw aan 16 centimeter, en een gewone huisspin ziet er toch net iets vleziger en behaard uit. Eén troost: hooiwagens komen zelden of nooit binnen in huis. Ze blijven altijd buiten in de tuin of plakken onder de goten of tegen gevels. Ik neem aan dat als er daar zo’n hele groep van honderden reuzenhooiwagens samen klit, je wel even terugdeinst.”

Maar als ik deze foto bekijk, lijkt hij op de hooiwagen waar ik een tijdje geleden over schreef. (lees: Wie eet wie?) De spin met de rode oogjes die een zilvervisje opat. Die rode oogjes die mij recht aankeken… bangelijk…

Misschien was dat een jong… 18 cm… brrrrr…

Ze vinden steeds een gaatje…

Gisteren had ik problemen met de computer.

Wat ik ook deed, er kwamen kadertjes mij storen, met de mededeling dat mijn pc in gevaar was, er waren heel veel bedreigingen en mijn virusscanner lag uit. Ik zocht NOD 32 op, die mij vertelde dat alles veilig was en er dus niets aan de hand was.

Ik probeerde die dingen te negeren, maar op bepaalde momenten stonden er wel zes vensters mij te ambeteren. Een voor een kon ik ze wegklikken, maar ze kwamen terug.

Er werd mij de raad gegeven om AVG 2009 te installeren en ik moest mij ook registreren.

Ik vertrouwde het boeltje niet, want ik werkte met een andere virusscanner en AVG stond er niet meer op.

Iets moest ik echter ondernemen want ik zag overal rode gevaars-kruisjes. Al mijn foto’s en belangrijke dingen op de D-schijf gezet, in het slechtste geval moest mijn pc geformateerd worden (als mijn D-schijf niet crashte).

Even gegoogeld om AVG free 8.0 terug af te halen. Ik had die ervan af gegooid omdat het nogal lang duurt eer alles gescand is. Het lukte… joepie!

Ongeveer een uur later wist ik dat er een Trojaans paard op bezoek was geweest, die mijn gewone scanner geblokkeerd had, maar nu was alles veilig. Waw!!! Dat is niet niks!

Ik begon na te denken of ik die dag iets ongewoons had opengeklikt… ja… er was mij iets opgevallen…

Op mijn blog, dat vakje met links… er was er ene die ik maar eigenaardig vond, waar ik niets van snapte.

Gauw even gekeken… de link was verwijderd, langs daar was dat beest dus binnen geglipt.

Dus, zelfs daar… waar je het zeker niet verwacht. Ik ben steeds voorzichtig met wenskaarten, maar tussen de links op mijn blog… djeez… zelf weet ik niet eens hoe ik er een moet verzenden en je kan ze ook niet verwijderen.

En nu maar hopen dat ze wegblijven… soms heb je ook eens geluk.