Soms is het simpel…

Zondagochtend… ik word wakker en merk plots dat ik aan eten kan denken zonder te kokhalzen.

Hopelijk is het geen hallucinatie, want mijn hoofd kent alle smaken, maar mijn mond werkt meestal niet mee. Zou het echt zijn dat het monster en de chemische rommel mij even loslaten? Tot de volgende marteling. 😦

Verse croissants spoken door mijn hoofd, maar dat is geen optie, naar de bakker gaan met nuchtere maag… neen dat zit er niet in.

Maar er zijn andere dingen genoeg; misschien een eitje bakken? Neen, dat is meer voor ’s avonds.

Na mijn douche en insmeerbeurt, kies ik voor gerookt spek, tien seconden in de microwave garen (met deksel uiteraard) en dat tussen een witte boterham, yes! Het smaakt weer een beetje! Koffie is er nog niet bij, die wordt vervangen door Cola. Niet gezond? (grijns) als mijn lichaam zegt: Cola, dan krijgt het Cola, net zoals chips bij zouttekort.

Mijn onderrug trekt nog een beetje naar links, maar dat zal hopelijk tegen de avond weggaan. Het mooie is dat ik nu een week en twee dagen heb om een beetje te leven. Aha, morgen misschien een terrasje… we zien wel.

Soms kan het leven (een beetje) eenvoudig en simpel zijn.

Advertenties

Mijn derde chemo.

De dokter had gezegd dat de derde keer heel zwaar zou zijn. En hoe!

Om te beginnen was er weer hetzelfde probleem met de port-a-cat. Nu blijkt dat dat ding van plaats verandert. Jawadde, onder mijn vel een wandelend doosje! Dus de plaats aanduiden heeft geen enkele zin. (Murphy alweer zeker?)

Dan kreeg ik nog een verpleegster van het soort: ik-weet-alles-beter, die mij niet geloofde, maar tenslotte afdroop met haar staart tussen haar benen. (figuurlijk dan)

En nu ben ik al doodziek sinds woensdag, dat zijn  vijf dagen. Aan eten kan ik wel denken, maar het zicht of de smaak ervan doen mij kokhalzen. Ook de koorts meldt zich al, inplaats van na twaalf dagen.

Voor de eerste keer heb ik de dokter gevraagd welke mijn kansen zijn. Volgens zijn pc-programma: zonder chemo: 55%  kans op hervallen binnen de tien jaar. Mèt chemo: 30%, wat nog veel is. Ja, het ligt er maar aan aan welke kant van de procenten je staat!

Ik noem mijn berekening en zeg: dat is dus zeven kansen op tien om te genezen? Hij bekijkt mij alsof het in Keulen dondert. Zó tellen zij dat niet!

Dokters! Ze zijn zo rechtlijnig dat ze uit de lucht vallen wanneer iemand eens buiten die lijntjes kleurt.

Ik weet wel zeker, moest ik hervallen, dat ik geen chemo meer wil. Alles behalve dat.

Deze reeks ga ik afwerken, ik ben nu in de helft. Daarna nog enkele jaren pillen.

Nog drie behandelingen te gaan…

Waar een blog al voor dient!

Mijn vriendin H. leest mijn blog. Dus is ze van heel veel zaken van mijn doen en laten op de hoogte.

Nu wist ze dus ook dat ik een paar ‘betere’ dagen heb. Of we ’s avonds iets gingen doen? Ja waarom niet, een terrasje, iets eten.  Afspraak om zes uur.

Het duurde even eer ik wist wat aan te doen. En dan die tulband op mijn hoofd. Als de mensen maar even kijken stoort mij dat niet, maar je hebt ook van die oenen die je aanstaren met een blik vol afschuw, dan heb ik het toch even moeilijk. Ik besloot om mijn ogen wat op te maken en deed een paar lange oorbellen aan.

Op het stadsplein ging ik even kijken hoe het daar uitzag. Volle zon en dit bij dertig graden! Er waren slechts enkele kleine parasols, die een minimum aan schaduw verspreidden. En elk schaduwplekje was bezet.

Op mijn vraag aan de ober of er geen parasols meer waren, kreeg ik als antwoord: neen, sorry!

Toen viel mij in dat bij de laatste storm, hier de hele nest was gaan vliegen. Alle zonneschermen aan flarden.

Er waren nog wel wat alternatieven, maar mijn vaste stek was een beetje te ver voor mij, daar moest ik voorlopig nog niet aan denken. Dichterbij lag er wel een zaak met een open patio en een terrastuin. Daar was het heerlijk om te zitten.

Maar na een tijdje wist ik weer waarom we hier niet zo vaak kwamen. De prijzen swingden hier de pan uit. Mijn plan om een kleinigheid te eten viel ook in ’t water; pannenkoekentijd was al een half uur om. Kleine snacks waren er niet.

Ik nam dan maar een portie canneloni, in de hoop dat het niet teveel zou zijn. Waarschijnlijk ben ik een van de weinigen die op restaurant gaan voor de gezelligheid en niet voor het eten.

Het was gezellig, H. was pas terug uit Thailand en had heel wat te vertellen.

Mijn eten viel minder goed mee, de plas olie onderin mijn bord deed mij walgen en het vele zout teisterde mijn smaakpapillen. Ik geraakte maar tot in de helft.

De ober irriteerde mij. Je neemt iemands glas toch niet weg vooraleer er opnieuw is besteld? Hij dus wel. Gedurig aan kwam hij langs om te kijken hoeveel drank we nog hadden. Dit is so not done! Het leek of ik mijn schoonmoeder bezig zag. Koffie leeg? Snel het kopje afwassen.

Gelukkig maakte het schaduwrijke terras veel goed, maar ik vrees dat ze ons hier toch een heel lange tijd niet meer gaan zien.

Het was een fijne avond. Woensdag is mijn derde chemo aan de beurt, maar dan kan ik wel zeggen: nu ben ik in de helft!

Een fatale spuit?

Zoals mij verteld was, kwamen de bijwerkingen van de spuit Neulasta na twaalf dagen. Griepsymptomen: lichte koorts, rugpijn, vermoeidheid.Vooral mijn ruggengraat moest het ontgelden. Het leek of er leven inzat, waren dat misschien de witte bloedcellen die bezig waren aan vermenigvuldiging? 🙂

Ik bewoog voorzichtig uit angst dat mijn hernia ging opspelen en vastlopen.

Voor alle veiligheid keek ik de bijsluiter nog eens na. Het klopte wel allemaal, maar op een gegeven moment ben ik gestopt met lezen, het had veel weg van een doemscenario. Het ging van erg naar erger. Deze spuit kon zelfs fataal worden.

En dan denk je: jawadde! Als je naar buiten gaat kan je onder een bus lopen, of er valt een vliegtuig op je hoofd, of een verstekeling, of een blok ijs… deze lijst kan je eindeloos lang maken, daar sta je toch ook niet bij stil?

Gelukkig heeft de ellende niet te lang geduurd; welgeteld één ganse dag en twee halve, ervoor en erna.

Wat nu maakt dat ik een ganse week heb die (hopelijk) een beetje normaal zal zijn.

Ik voel mij ook wat sterker dan na de eerste chemo. Je staat er niet bij stil, maar wat ik vroeger als gewoon ervaarde, is nu een luxe: een ganse week.  🙂

Aan mijzelf is ook wat werk. De huid wordt door de behandeling heel droog, dus moet ik mij elke dag goed insmeren, anders bladder ik af als oude verf. Hiervoor is de body-oil van Dove uitstekend geschikt. Normaal is het wat te vettig, maar nu ideaal.

Voor de volgende chemo doe ik ook mijn twintig nagels met verharder, zonder de oude laag er af te halen. Tot nu heeft het toch geholpen.

De tijd vliegt, zelfs nu. Ik kijk enkel naar wat al voorbij is, niet naar wat nog moet komen. Ik denk dat het zo het beste is…

Een wolk vanille.

tuil 002

Een tijdje geleden had ik mijn broer en zus op bezoek met hun respectievelijke echtgenoten.

We zaten gezellig te keuvelen tot er plots een zoete geur van vanille over ons heen trok. Als bij afspraak zeiden we allen, het ruikt hier plots zo heerlijk, wie heeft er vanilleparfum op? Niemand…

Zo’n drie maal gebeurde nog eens hetzelfde. Toen iedereen weg was, ging ik eens buiten snuffelen, maar vandaar kwam het niet.

Dan trok ik mijn vitrinekast open en ontdekte dat het daar zo lekker rook.

In die kast ligt een klein tuiltje bloemetjes en kruiden, dat ik jaren geleden meebracht uit Wenen. Maar het was nog nooit  gebeurd dat de geur zo hevig was.  Tot mijn blik op een beeldje van Pater Pio viel. Was dit een boodschap? Ik herinnerde mij weer de gebeurtenis in het kerkje in Duinbergen aan zee.

En voor de sceptici onder jullie: iedereen weet dat ik  een heel nuchtere persoon ben.

Die nacht droomde ik dat ik in het kerkje te snel naar buiten was gevlucht, ik had maar de helft van de boodschap meegekregen. En deze keer was ze veel geruststellender.

Was dit bovennatuurlijk? Ik ben ervan overtuigd dat het zo is.

Het was helemaal niet beangstigend of akelig… de zoete geur is daarna niet meer gekomen. Het tuiltje ruikt wel, maar toch matig. Niet meer zo bedwelmend. Een verklaring is er niet, en ik heb niets erbij gefantaseerd. Jullie zijn vrij om mij te geloven of niet.