RSS

Categorie archief: archief

De kelder.

foto-001

Toen ze die ochtend haar ogen opende, wist ze al dat de lucht donker en bewolkt was, nog voor ze door het raam keek. Een beetje lusteloos trok ze het gordijn open en zag met tegenzin de neerdwarrelende sneeuwvlokken. Wat een droevige bedoening! Dit was nu echt iets  wat ze kon missen, dezelfde kou en duisternis als in haar gepijnigde hart. Niemand begreep haar, het was alsof ze alleen op de wereld stond . Zelfs  haar eigen kinderen wilden  haar ‘gezeur’ niet meer aanhoren. Waar ze hoopte op een beetje begrip, zwaaide er iemand met statistieken: in een mislukt huwelijk was de fout voor beide partners fifty-fifty. Wisten zij veel wat ze had meegemaakt in al die jaren en hoe kapot ze vanbinnen was. Ze had toch alleen maar haar best gedaan en nu kreeg ze stank voor dank. Gebruikt en weggeworpen als een oude dweil.

Verzonken in zelfmedelijden raapte ze enkele kranten bijeen, die zou ze maar meteen naar de kelder brengen.

Om bij de papiercontainer te komen moest ze de ondergrondse parking oversteken. Plots werd haar aandacht getrokken door een geluid dat hier eigenlijk niet thuishoorde: het uitbundige gekweel van een merel! Hier beneden in die donkere kelder?  Spiedend keek ze rond om te ontdekken waar het gezang vandaan kwam. Haar mond viel bijna open toen het onderwerp van haar verbazing vanonder een stilstaande auto tevoorschijn huppelde, zo’n tiental meters verder. Haar aankijkend bleef hij gewoon driftig verder zingen, niets kon hem van de wijs brengen. Terwijl ze heel even haar ogen sloot, leek het alsof ze terug in haar huis was, in de tuin, waar ze zo’n heimwee naar had. Daar, in het topje van de perelaar had ook steeds een merel gekweeld, die dan met tussenpozen luisterde naar het antwoord dat hij kreeg van twee weiden verderop.

Een immens droef gevoel overviel haar. Ze zou er niet bij zijn als de forsythia van de ene dag op de andere het presteerde om in een oogverblindend geel uit te barsten en de krokussen een schuchtere poging deden om te kijken of het bovengronds al leefbaar was.

Haar blik ging terug naar de merel. Hoe was het toch mogelijk dat dit kleine diertje zich had aangepast, nadat de gemeente de bomen verwijderde welke hier vroeger stonden? Welke kracht schuilde er in dit kleine gevederde stukje natuur?

Het gezang zat nog in haar hoofd toen ze met de lift al terug in haar appartement was.

Ondertussen was het sneeuwen gestopt en brak de zon stralend door het grijs van de wolken die zich snel verwijderden. Met een kordate beweging trok ze het gordijn volledig open zodat het felle licht naar binnen stroomde.

Terwijl ze even later bedachtzaam in haar ochtendboterham hapte, genoot ze van de zachte streling van de zon op haar gelaat. Met half dichtgeknepen ogen  tuurde ze naar buiten. Als ze nu eens  twee van die primula’s kocht? Die zouden zeker mooi in de bloembak passen die op het terras stond. Ze wist : er hing een beetje lente in de lucht. De kleine zwarte vogel in de kelder wist het ook. Als hij zich kon aanpassen, dan moest zij dat ook kunnen, zij die zoveel groter was en over zoveel meer mogelijkheden beschikte. Ze ging zich aanpassen, ze zou overleven. Als de chaos in haar hoofd een beetje opgeklaard was, zou ze de kracht vinden om het waar te maken. Net zolang tot de vrede in haar hart kwam… net zoals de merel in de kelder tevreden was met zijn bestaan…

Eigenlijk was zij toch ook een klein stukje van de natuur…

 
3 reacties

Geplaatst door op september 17, 2016 in archief

 

Tags:

Het warme licht.

Klik op de afbeelding om de link te volgen
‘Linda, het gaat niet meer tussen ons, begrijp dat toch eindelijk!’
Mike begon zijn geduld te verliezen. Hij had iemand anders leren kennen en Linda bleek maar niet te snappen dat hij afscheid nam.
‘Ik weet dat je terugkomt’
Met haar rug naar hem toegekeerd keek ze door het raam, terwijl haar vingers met het hangertje speelden dat ze aan een kettinkje om haar hals droeg. Haar onderste lip zoog ze een beetje naar binnen.
Met een zucht bedacht hij hoe afwezig ze de laatste tijd met haar gedachten was, een beetje apathisch.
Haar ogen staarden soms in de verte alsof ze dingen zag die voor hem niet bereikbaar waren. Een fatsoenlijk gesprek lukte al minder en minder.
Zijn handen rustten even op haar schouders.
‘Het spijt me dat het zo moet gaan, maar ik meen het echt. Jij zal ook wel iemand tegenkomen waar het beter mee klikt. Geef nu eens toe meisje, we praten amper nog. Je bent altijd zo afwezig, je luistert niet eens wanneer ik je iets vertel. Het kan zo niet verder, dat moet je toch ook inzien.’
Ze knikte, maar zei niets. Misschien had hij gelijk, soms betrapte ze zichzelf er op dat ze niet gehoord had wat hij haar vertelde.
Maar ze hield toch van hem… was dat niet voldoende?’Lin, ik ga nu… en ik zou ook graag willen dat je mij niet belt, vergeet mij gewoon.’
Ja, hij ging… maar ze wist dat hij terugkwam. Dat wist ze zeker.

Aan de buitendeur keek ze hem nog even na toen hij vertrok. De banden van zijn wagen schuurden over het asfalt.
Mike keek niet meer om, ze bezorgde hem schuldgevoelens, maar zijn besluit stond vast, hij zou zich niet meer bedenken.

Nadat de sleutel in het slot omgedraaid was, leunde het meisje tegen de muur in de hal.
Er was geen droefheid op haar gelaat te bespeuren, neen ze had zelfs een glimlach om haar mond.
Hij kende haar geheim niet, haar grote geheim.
De twee kamers, een donkere, waar ze alle droeve dingen in opborg. Alles wat pijn deed of te donker was, liet ze daar achter. Dan kon ze die deur achter haar sluiten en ging ze naar de andere kamer.
Die kamer was vol licht en het was daar warm en gezellig. Er waren ook schimmen die haar kwamen troosten. Het konden engelen zijn, maar ze was er niet zeker van, ze had het nog niet durven vragen. Maar het maakte niets uit, zolang ze er maar waren.
Met haar rug tegen de muur geleund, zakte ze langzaam naar beneden, tot op de koude vloer.
Haar schouders raakten het tafeltje met de kristallen vaas. De rozen welke er in stonden waren half verwelkt en lieten enkele blaadjes naar beneden dwarrelen.
Met een dwaze glimlach om haar mond sloot ze haar ogen.
De schimmen zweefden zacht rond haar, alsof ze haar omarmden.
Hier was ze veilig, hier zou ze wachten, hier zou hij haar vinden.
Wanneer hij haar geheim zou ontdekken over de twee ingebeelde kamers in haar hoofd.
Want Mike kwam terug, daar twijfelde ze niet aan.
Ze zou wachten… in het warme licht… in de lichte kamer…

 
7 reacties

Geplaatst door op september 12, 2016 in archief

 

Tags:

Het is wat het is…

onweerswolken 030

Ik moet eens verder werken aan de reeks over het K-monster. En waarschijnlijk ook afsluiten.

Vijf jaar geleden begon de hele miserie, net toen ik het gevoel had dat er verandering ging komen, in de goede zin dan.

Het overviel mij als een dief in de nacht.

Na de ellendige behandeling, moest ik nog vijf jaar hormonenpillen nemen, Femara. Stomme pillen, je hebt overal pijn, krijgt ontstekingen, soms lichte koorts, bent steeds vermoeid. Eigenlijk weet je nooit of je griep hebt of dat het de Femara is.

Ook je sociale leven moet inleveren. Je kan niet meer mee met de anderen, op vakantie gaan wordt te zwaar en je bent ook niet meer zo’n gezellig mens. Op veel begrip moet je ook niet rekenen, want je ziet er toch goed uit!

De dokters zwakken dat natuurlijk af, maar als je zoekt op tinternet en je komt ergens op zo’n forum uit, dan kan je lezen dat iedereen dezelfde klachten heeft… dus…

Maar nu keek ik ernaar uit: mijn goedkeuringsattest voor Femara verloopt in september… oefffff…

Ja, mijn attest wel, maar ik ben niet genezen verklaard, want er zijn aangetaste klieren gevonden tijdens mijn okseltoilet. Zo’n mooi woord voor zo’n pijnlijke bedoening!

Maar over die ongemakken heb ik eerder al geschreven. Al moet ik zeggen dat een prothese ook zijn ongemak heeft. Zit alles goed? Waarom doet het pijn onder mijn arm? Soms vraag ik mij af of het niet beter was om beide borsten te laten amputeren, kwestie van aan beide kanten hetzelfde te hebben.

Maar over de pillen: ik moet ze nog vijf jaar slikken om niet te hervallen.

Het is een domper, het zal dus nooit beter worden dan nu. En moest ik ooit hervallen, wil ik zeker geen chemo meer, dat wil ik nooit meer meemaken, heb ik mijzelf beloofd.

Waarschijnlijk zal ik ook alles volledig zelf moeten betalen: 150€ per doosje. Het generische middel kost 200€.

Je zou van minder boos worden! Ik heb gewoon aan de specialist gevraagd of dat een straf is omdat je nog leeft…

De uitleg was deze: het onderzoek naar die specialiteiten was goedgekeurd voor vijf jaar en daar stopt het. (voor de meeste mensen dan)

Omdat ik mij daar niet mee akkoord verklaarde gaan ze kijken of ze iets kunnen regelen.

Eigenlijk is dit een beetje het verhaal van mijn hele leven.

Het begon toen ik nog een kind was, dan als tiener, in mijn huwelijk en nu dit… Ik dacht altijd dat het beter ging worden en werd dan keer op keer teleurgesteld.

Nu moet ik maar afwachten… het wordt wat het wordt…

Dit is dus het laatste logje over mijnheer K.

En toch wil ik nog een leuke foto plaatsen!

 

onweerswolken 023

 

Tags:

De magische Kerst.

animated2De oudere man die de hoofdrol speelde in het kerststukje, was gekozen om zijn uiterlijk. Droef gelaat, diepe groeven, nagelaten door het leven, een beetje gebogen. Hij benaderde echt het personage dat hij moest uitbeelden.

Het stuk gaat over een oude verbitterde schoenmaker. Sinds zijn vrouw en kinderen overleden zijn heeft hij geen geloof meer en een grote tegenzin van Kerstmis.

Er was echt magie tijdens de opvoering, je voelde iets dat je niet zo dadelijk kon thuisbrengen. Hij speelde zijn rol met hart en ziel.

Op het einde, wanneer luid het ‘Gloria’ weerklinkt, moet hij op zijn knieën vallen en de tranen die uit zijn ogen welden waren echt zichtbaar. Dit was voortreffelijk ingeleefd.

Naderhand, bij een kop koffie geraakten we aan de praat, alhoewel hij  een man is van weinig woorden.

‘Wat vond je ervan, heb ik goed gespeeld vandaag?’

‘Je hebt dat echt heel emotioneel gedaan, je hebt iedereen weten te ontroeren.’

‘Nochtans ging het mij vandaag niet zo goed.’

Ik gaf hem de kans om erover te praten, als hij er behoefte aan had.

‘Mijn heup deed pijn… en… het is vandaag net 35 jaar geleden dat mijn verloofde gestorven is… en twee dagen later mijn baby…

… vóór ik opkwam heb ik het stuk aan ‘haar’ opgedragen…’

Mijn hart kromp ineen en het enige wat ik kon doen was eens over zijn arm wrijven. Maar daar stopte het gesprek…

Met zijn vingertop veegde hij nog een traan uit zijn ooghoek en ging eventjes naar buiten, een beetje gebogen, zijn voeten wat sloffend.

Terwijl ik hem nakeek, moest ik zwaar slikken om de krop uit mijn keel te krijgen.

Dan besefte ik dat de man hier zijn eigen leven had opgevoerd.

Dit was december 2008.

§§§§§§§§§§§§§§§§§§§§§§§§§§§§§§§§§§

Waarom ik dit verhaal opnieuw publiceer?…

Vorige week bij het lezen van de krant, bij de overlijdensberichten… kwam ik zijn naam tegen…

Hij was zelfs veel jonger dan ik hem geschat had.

Kan iemand sterven aan een gebroken hart? Ik denk het wel… en hopelijk vind hij zijn geliefden ergens terug…

En heeft hij nu de rust gevonden die hij wenste…

 
10 reacties

Geplaatst door op december 26, 2012 in archief, dagboek, het leven, Kerstmis, verdriet

 

Nooit vergeten.

10-05-2007

Door Zapnimf en Elke kwam dit weer ter sprake en daarom post ik het opnieuw; zoals ik dacht, het verhaal van de onderbroek kwam er pas later bij in de kortere versie! 🙂

Het moet zo’n drie jaar geleden zijn. (dus: 2004)
Een zaterdagochtend, acht uur, nog wat nasoezelen in bed. Luisterend naar de radio.
Het leek die dag wat drukker in het gebouw, meer geluiden dan anders. Wie was er nu weer zo vroeg bezig?
Een stem die riep… was dat nu buiten of was dat binnen…
De tweede keer hoorde ik duidelijk: brand!…
Lieve hemel, toch niet waar zeker?
Iemand belde beneden aan en nog iemand aan de gangdeur.
Snel mijn peignoir aan en de deur open…
De trappenhal stond vol rook. Ik hoorde roepen, iedereen  naar buiten!
Mijn verstand stond precies stil… hoe… in mijn slaapkleed, zomaar de straat op…
Ik nam mijn GSM en sloot de deur achter mij en begon de trap af te dalen, je mag in zo’n geval de lift niet gebruiken. Er was veel rook, maar ik wist niet eens of er vuur was… zou ik er wel doorgeraken?
Op het verdiep lager kwam ik mensen tegen, de jonge man die daar woonde vol roet, hoestend en naar adem happend, enkel gekleed in zijn onderbroek, in gezelschap van zijn buurvrouw, die hem gewekt had door op zijn deur te bonzen. Daarmee had ze eigenlijk zijn leven gered. Niemand wist wat er juist aan de hand was.
Beneden gekomen, was de brandweer al daar met drie wagens. We moesten allemaal verzamelen om te controleren of iedereen aanwezig was.
Enkel de meneer van het bovenste verdiep ontbrak nog, maar die wilde op zijn terras blijven staan, omdat hij de trap niet kon doen. Als het nodig was moesten ze hem daar maar afhalen.
Daar sta je dan, op een drukke zaterdagmorgen, op straat in slaapkledij. Hetgeen ik toen voelde zal ik nooit kunnen beschrijven. Mijn verstand stond op nul. Het leek wel alsof ik alleen en verlaten was. Het vuur was in het appartement onder mij. Als verloren schapen zagen we de brandweermannen het gebouw ingaan met brandslangen en nadat ze boven het venster hadden opengedaan, kwam de rook naar buiten, terwijl ze hun ladders ertegen plaatsten. De pikzwarte rook ging recht omhoog, langs mijn ramen.
De vensters waren met een dikke laag roet bedekt, zwart als de hel. Een smeulende TV werd in een tapijt gedraaid naar buiten geworpen. Dat was de schuldige: een implosie.
Gelukkig  was er weinig waterschade, alleen veel roet. Ik moest mijn vensters openzetten, want bij mij was er ook veel rook.
Maar net daarvoor dacht ik plots aan mijn cavia, door het schrikken was ik haar vergeten, ik had haar nog maar twee weken.
Ik wilde haar per se redden en een van de brandweermannen was zo goed om met mij mee naar boven te gaan. Gelukkig was het arme beestje niet gestikt. Maar misschien heeft ze toch rook ingeademd, want twee jaar later heeft ze klierkanker gekregen.
Ik had ook nergens aan gedacht, alleen mijn GSM, om mijn zoon te kunnen bellen. Op zo’n moment heb je gewoon een blackout.

Nadat iedereen terug naar binnen mocht, heb ik eens rondgekeken, ben  in snikken uitgebarsten en heb zeker een uur gehuild. Toen ben ik begonnen met alles af te wassen. Gewoon verstand op nul en poetsen maar. De stress geeft je een onvermoede kracht.

Maar daarna stond er mij nog een koude douche te wachten. Mijn verzekeringsagent vertelde mij dat ik geen brandverzekering had.
Wat was er gebeurd? Voor mijn verhuis was er een vergissing gebeurd, ik was zonder het te weten dubbel verzekerd. Een van de twee zou een jaar geschrapt worden en als de ene verlopen was, begon de andere weer. Ik weet nog dat ik zei: hopelijk vergeten we dat niet. Waarop de man: neenee, ik zet het in de computer, geen probleem. Maar er ging dus toch iets mis.
Alhoewel ik heel precies ben met mijn betalingen, is mij dat ontgaan. (ik hou niet van doorlopende opdrachten)
Gelukkig zat ik niet met de schade, want dat zou pas een ramp geweest zijn.
Het is onbegrijpelijk hoe het verstand kan stilvallen door paniek. Alleen mijn GSM had ik mee, geen papieren, geen geld, geen kleding… niets…
Het heeft nog lang geduurd eer ik mijn klokradio terug durfde te laten spelen. Ik wilde alle geluiden horen, wilde allert blijven.

Deze ‘zwarte’ zaterdag zal ik nooit vergeten…

 
10 reacties

Geplaatst door op augustus 6, 2011 in archief, brand, dagboek, drama, ergernissen, het leven

 

Droom.

Stenen trappen zweven tot het strand…
steeds opnieuw die droom,
geen begin en zonder einde,
blote voeten sporen in het zand.

 

De felle zon verblindt mijn zicht,
er staat een donk’re schaduw,
‘k weet echt niet wie het is,
zijn silhouet beneemt mijn licht.

 

Ooit start mijn droom wat later,
en zie ik zijn gelaat heel klaar,
maar hoeveel dromen zal hij wachten,
misschien ben ik dan wel te laat.

 
21 reacties

Geplaatst door op oktober 8, 2010 in archief

 

Een beetje teveel.

KORTVERHAAL– (archief)

De telefoon rinkelde in het plaatselijke politiekantoor en de agent die opnam, luisterde aandachtig. Ondertussen maakte hij enkele aantekeningen op een blocnote die voor hem lag. Met het afgescheurde blaadje in de hand begaf hij zich naar inspecteur Frank Baals en dropte het vóór zijn neus.
‘Dode gevonden op de campus, chef, ene zekere Tony Swerts, eerstejaars. Heeft gisteren meegedaan aan de ontgroening en werd vandaag dood aangetroffen, buiten op een bank.’
Baals had als bijnaam ‘de slaver’, afgeleid van ‘slavendrijver’. Gewoon omdat hij met een lachend gezicht kon verkondigen dat er overuren moesten geklopt worden. Iemand die hem niet kende, verwachtte dat hij een mop ging vertellen. Maar zijn medewerkers wisten maar al te goed wat het betekende als hij op zo’n bepaalde manier, met zijn hoofd een beetje schuin, zei: ‘mannen…’ . Dan konden ze hun afspraken voor die avond wel vergeten.
Hij nam de nota aan en wierp er een vluchtige blik op.
‘Oké, er naartoe. Borgs trommel jij enkele agenten op en zorg er voor dat de plaats wordt afgezet, vóór alle sporen zijn uitgewist door nieuwsgierigen, als het al niet zo ver is! Jij komt ook mee met mij!’
Kris Borgs zuchtte.
‘Oké, chef!’ Hij had er een hekel aan om met de baas mee te rijden omdat die het vertikte een dienstwagen te nemen. Enkel zijn eigen aftandse, bijna antieke Opel, van een onbestemde kleur blauw, vond in zijn ogen genade. Dat de anderen het ding smalend een vierwielig roestmonster noemden, liet hem koud. Hij had voor het werk geen statussymbolen nodig.

Op de campus aangekomen, zag hij onmiddellijk Eric Daniels en zijn ‘snuffelhonden’ (op twee benen) die de plaats al hadden afgezet en nauwkeurig naar sporen zochten. Eric die hem zag aankomen zei binnensmonds:
‘Daar heb je de slaver en zijn rammelkar!’
‘Hoy, Eric, al iets gevonden?’
‘Niets speciaals, de directeur heeft al iedereen uit de buurt gejaagd en wacht op je in zijn kantoor met een paar gasten die er gisteren bij waren. Heeft zeker veel politiefilms gezien.’ grinnikte de aangesprokene.
Baals wierp een blik op het lijk in de plastiekzak en ging het gebouw binnen.
Op een bank zaten enkele jongeren die hem wat schichtig aankeken. Nadat hij de directeur had begroet, besloot hij met het jonge meisje te starten. Ze zag erg bleek en was zeker van streek. Hij dacht dat hij met haar best de vaderlijke toer op kon gaan.

‘Zo meisje, vertel mij eens hoe je heet en wat er gisteren gebeurd is.’
‘Hanny Vanseer, mijnheer, ik ben… was de vriendin van Tony.’ Hier begon ze plots te snikken, maar na een strenge blik van de man nam ze zich bijeen.
‘Gisteren was er een ontgroeningsceremonie. Twee jongens moesten elk een ganse fles Jenever leegdrinken. Ik zei nog tegen Tony: niet doen! Maar hij wilde niet luisteren en noemde mij een flauwe trut. Dan ben ik weggegaan en toen ik na een tijdje terugkwam, lag Tony stomdronken op de bank. Ze kregen hem niet wakker en besloten hem daar te laten liggen, voor als hij soms… je weet wel.’
‘Bleef je lang weg? En waar waren de anderen ondertussen?’
‘Ik bleef niet zo lang weg, misschien een uur. De anderen probeerden hem wakker te krijgen, maar hij reageerde niet.’
‘Bemerkte je iets abnormaals?’
‘Nee, hij snurkte wel erg hard en ik ben dan een deken gaan halen omdat het wat fris was en heb hem daarmee toegedekt. Dan ben ik gaan slapen.’

Het verhoor van de vijf anderen bracht ook niet meer aan het licht. In grote trekken vertelden allen hetzelfde als het meisje. Rechercheur Borgs had alles genoteerd en samen overliepen ze nog eens het lijstje.
‘Dit is bitter weinig. We zullen op de autopsie moeten wachten. Zogauw we de juiste doodsoorzaak hebben, kunnen we hier mee verder. Het was voor die gast misschien een overdosis. Hoe halen ze het in Godsnaam in hun stomme koppen! Een ganse fles Jenever!’
Hij klakte met zijn tong en schudde afkeurend het hoofd.
Buiten dwaalden ze nog wat rond over het terrein. Baals staarde een ogenblik nadenkend naar de nu lege bank en het platgetrapte gras errond. Dit zou nooit veranderen, in zijn tijd waren er ook al ongelukken gebeurd bij die flauwe kul. Op dit gebied leefden ze eigenlijk nog in de middeleeuwen. Met een diepe zucht ging hij er vandoor.

Enige tijd later kreeg Baals het rapport van de autopsie. Borgs was het persoonlijk gaan ophalen bij pathologie om het zo snel mogelijk in handen te hebben. Hoogst aandachtig begon Baals er in te lezen, tot hij op een gegeven moment zachtjes tussen zijn tanden floot. Dit was hoogst interressant!
‘Kris, we gaan dadelijk naar de campus, die gasten nog eens tussenpakken, nu hebben we een been om op te staan!’
De directeur stond er op om persoonlijk de bewuste getuigen op het appèl te roepen en stelde zijn bureau ter beschikking.
Toen Baals het meisje zag was hij ervan overtuigd dat ze op het punt stond om in te storten. Hij sprak haar streng aan.
‘Wel Hanny, is er niet iets dat je vergeten bent te vertellen?’
Ogenblikkelijk barstte ze in tranen uit en verklaarde hortend:
‘Het is mijn schuld… ik heb hem vermoord… het is mijn schuld dat hij dood is.’
Baals keek haar een ogenblik verbaasd aan.
‘Ah ja? Verklaar je eens nader?’
‘Tony was erg bang voor wat ze met hem gingen doen… en daarom heb ik hem twee Valiums gegeven. Ik kon toch niet weten dat hij Jenever moest drinken… heeft hij een hartstilstand gehad ofzo?’
Stilzwijgend nam hij haar even op, terwijl hij diep in gedachten verzonken met zijn vingers door zijn dunne haar streek.
‘Neen, ik kan je verzekeren dat hij daaraan niet gestorven is.’
Hij liet haar buiten wachten en riep de jongens samen binnen. Even speelde hij de truc van het grote zwijgen, terwijl hij met zijn balpen tegen zijn tanden tikte, kwestie van hen een beetje nerveus te maken. Dan viel hij bars met de deur in huis.
‘Nu wil ik eens exact weten hoeveel flessen Tony Swerts van jullie heeft moeten drinken?’
Ze keken elkaar wat schichtig aan en de moedigste zei:
‘Een fles, mijnheer… ‘
‘Ach zo!… en welke idioot heeft hem nog meer drank in zijn keel gegoten toen hij al bewusteloos was?’
Hij genoot een beetje sadistisch van de ontreddering die op hun gezichten verscheen.
‘Ik kan jullie namelijk vertellen dat er bij de autopsie een grote hoeveelheid drank in zijn longen is gevonden. Iemand die bewusteloos is, slikt namelijk niet en daardoor loopt de vloeistof rechtstreeks in de longen. Wat Hanny voor snurken hield was die jongen zijn doodsreutel. Hij is gewoon gestikt, of mag ik zeggen: verdronken? Jullie worden alle vijf in voorlopige hechtenis genomen, tot de zaak opgehelderd is. Kris, zorg jij eens voor vervoer?’
Met een imponerende klap sloot hij het dossier.

 
8 reacties

Geplaatst door op oktober 2, 2010 in archief