
Buiten de vaccinatie tegen de MEX-griep vandaag.
Hopelijk zijn er niet te veel bijwerkingen, want dat kan ik momenteel wel missen.
Eerst stond ik er een beetje weigerachtig tegenover, maar een brief van mijn huisarts heeft mij kunnen overtuigen.
UPDATE.
Voor de geïnteresseerden: ik heb weinig of geen last van de vaccinatie. De plaats van inspuiting brandt een beetje en wanneer ik beweeg voel ik een beetje stijfte.
Maar ik heb veel meer last van de bijwerkingen die er daarvoor al waren; zoals: mijn oksel waar alle klieren uitgehaald zijn, de plaats waar de PAC gezeten heeft, het grote litteken dat nog steeds zo stijf als een plank is, de rode huid van de bestraling. Dan is er nog de vermoeidheid en de slikproblemen.
Als kind heb ik de Aziatische griep gehad en toen waren er nog geen vaccinaties. Ik herinner mij nog goed hoe ziek we toen allemaal waren.
En na wat ik het afgelopen jaar heb meegemaakt wil ik ook niet doodgaan aan zo’n onnozel virus!
Over bestralingen vertellen is minder spectaculair. Het wordt gewoon een routine, omdat je er dagelijks naartoe moet.
Maar dat maakt ook dat de vijfentwintig beurten sneller voorbij zijn; de laatste keer is op vierentwintig november.
De bestraling zelf duurt maar heel even, enkele minuten. Soms gaat er meer tijd in om je lichaam op de juiste plaats te krijgen. Ze doen je wel eens griezelen met hun apparaten. Als dat ding onverwacht snel naar beneden zakt en je het gevoel hebt dat je verpletterd wordt. Dan zie je wel eens een grijns; volgens hen kan het helemaal geen kwaad, het machien stopt onmiddellijk wanneer er iets geraakt wordt. Mijn commentaar is dan: ja oké, maar het is een machine hé?
Of wanneer ze de loden plaat net boven je borstkas laten vallen in de vorm. (dat ding weegt misschien wel tegen de tien kilo) Ik zou dat spul niet op mijn karkas willen krijgen!
Je moet zorgen dat je kleding aan hebt die snel aan- en uit is, het lijkt wel een lopende band.
De gevreesde brandwonden zijn uitgebleven (gelukkig!). Er is wel wat roodheid op de huid, maar met wat zalf is het te verdragen.
De grootste bijwerking is de vermoeidheid, die ook plots kan toeslaan. Maar ik doseer mijn bezigheden en slaap veel.
Dan is er wel ook de slokdarm die opspeelt. Soms bij het eten, zelfs bij het drinken, stoort het slikken. Ik moet dan raar genoeg aan cement denken. Ook ben ik wel eens aan ‘t kuchen, zodat ik niet goed weet of ik keelpijn heb of dat het aan de bestraling ligt. Maar het zal dat laatste wel zijn.
Mijn voeten zijn zich aan ‘t herstellen, de vellen zijn bijna volledig afgevallen, maar met schoenen moet ik toch nog oppassen, voor de weke plaatsen. Mijn losse teennagels, daar blijf ik af, we zien wel…
Gisterenavond heb ik voor ‘t eerst sinds lang weer een ‘uitje’ gehad. Els De Schepper met haar laatste show; ‘Els De Schepper roddelt’
De kaarten waren al besteld vóór mijn ziekte. Alhoewel ik haar niet zo graag hoor zingen, vond ik de sketches wel goed en origineel, heel nieuw ook. De finale vond ik minder geslaagd, een beetje langdradig, maar misschien lag het aan mij omdat ik moe was?
Er is een liedje bij dat (in mijn oren) verschrikkelijk vals klinkt. Nochtans heb ik het op tv ook al zo gehoord. Naja, smaken verschillen hé!

Nog steeds word ik hier vrolijk van!
Het moet geleden zijn van begin jaren tachtig dat we hem voor de laatste keer zagen. Toen ze allemaal nog kinderen waren en samen speelden met zelfgecreëerde dingen. Eigenlijk was het een plezante tijd, toen alles nog heel gewoon was, in niets vergelijkbaar met de dag van vandaag.
Ik heb hem als baby nog in mijn armen gehad, was zijn jonge meter.
Dan begon alles in de familie mis te lopen, hij praatte er niet over, dat werd toen niet gedaan. Maar hij kon het duidelijk niet aan. Hij wilde weg hier, in het leger een nieuw leven beginnen. Ver weg, ergens in Duitsland. Heel plots vertrok hij, zonder afscheid te nemen. Niemand die nog iets over hem hoorde…
Tot vandaag… deze morgen is hij uit het leven gestapt. Heel droevig. Hoe ongelukkig moet hij geweest zijn om die stap te zetten!
Wat er juist gebeurd is weet ik nog niet.
Was hij zo eenzaam of waren er andere problemen? Zijn oudere broer gaat het proberen uit te zoeken.
Waarom kwam hij niet terug, hij heeft nog broers en zussen. Wat heeft hem gedreven tot deze uitzichtloze daad?
Zullen we ooit de waarheid kennen? Het knaagt aan mij dat ik niets heb kunnen doen.
Rust in vrede R, in mijn herinnering blijf je voor altijd jong…
Ondertussen ben ik van die vervelende PAC af. De specialiste zei dat die echt slecht zat en veel te diep, vandaar de problemen. Maar ze was wel zo slim om eerst te vragen of zij die geplaatst had, heel voorzichtig. Alhoewel ik er schrik voor had (gewoon plaatselijk verdoofd) viel het al bij al nog mee. Op twintig minuten was het klusje geklaard.
En ik moet zeggen dat de bestraling (tot nu toe) ook best meevalt. Dat kan natuurlijk nog veranderen na -tig aantal beurten. Het brandt een beetje, zoals wanneer je wat lang in de zon hebt gezeten. De vermoeidheid kan ook plots toeslaan en er is spier- en botpijn.
Maar als ik het moet vergelijken met de chemo zou ik zeggen: chemo is huilend over de vloer kruipen van pijn en ellende.
Het is wel jammer dat ze mijn voeten bij de laatste chemo niet in ijs gelegd hebben, dan had die miserie toch al vermeden kunnen worden.
Al bij al kan ik zeggen dat mijn lichaam redelijk krakkemikkig is: geen haar, half balkon, geen beha, geen schoenen, drie teennagels die losstaan. De vellen aan mijn hielen beginnen ondertussen voor herfstblaadjes te spelen, overal vind ik kleine stukjes.
Gisteren kocht ik baby-shampoo zonder zeep, om mijn haar donzige hoofdhuid te wassen. Daar groeit iets! Maar ik ben er nog niet aan uit of de kleur nu wit is of baby-blond…
Ja, ik begin nu toch wat tunnel door het bos licht (of zoiets) te zien…
Nog een weekje en we beginnen daarmee.
Eerst wordt de PAC nog verwijderd. ‘n Goede zaak, iets minder wat pijn doet!
De nodige ‘puntjes’ staan al op mijn huid, getatoeëerd nog wel! Ik onnozelaar moest daar weer grapjes over maken natuurlijk. Op mijn vraag of ze enkel puntjes hadden, werd ik bekeken alsof ik een buitenaards wezen ben. Ik had net zo lief een vlindertje of een bloemetje
achach… ze konden er niet mee lachen.
Van de bestraling ga ik niet zo ziek zijn, maar wel hondsmoe. Een nadeel is dat ik elke dag moet gaan, maar het voordeel is dan weer dat de 25 beurten tegen einde november gedaan zijn.
Op mijn vele vragen kreeg ik ‘voorzichtige’ antwoorden. Wanneer ze zeggen ‘in principe’ dan weet ik dat dat meer slecht dan goed betekent, navenant de context. ‘Brandwonden’ noemen zij ‘irritatie’. In principe zullen er geen brandwonden ontstaan, maar irritaties in de huidplooien kunnen voorkomen. En als ik dan lees in de documentatie: natte wondjes, en geen BH dragen, weet ik al genoeg.
Aan mijn hielen lossen de vellen met beetjes, van de laatste chemo, toen mijn voeten verbrand waren. Hadden ze mij ijsslofjes gegeven, was het waarschijnlijk niet gebeurd. Ik moet enkel de vellen vastplakken met vette zalf, ga er zeker niet aan trekken, ooit zullen ze vanzelf afvallen zeker? Moest ik pijn voelen ga ik naar de huisarts om ze te laten afknippen.
Wat zou er met mijn voeten gebeurd zijn met nog een chemo erbij?
Sinds ik die griepsymptomen niet meer heb, voel ik mij veel beter. Terug ‘mens’.
Gelukkig verdraag ik de pillen goed, ondanks mijn maagproblemen.
En verder zullen we wel zien…
Het was met een klein hartje dat ik vorige woensdag vertrok naar het ziekenhuis voor mijn vijfde chemokuur.
Er moest iets veranderen, ik stond op het randje van een depressie. Het was jaren geleden dat ik nog zoveel geweend had als de laatste tijd.
Toen de oncoloog naar mijn verslag luisterde, hoe de laatste keer verlopen was, waagde ik mijn kans en zei plots dat ik geen chemo meer wilde. Ik kon het gewoon niet meer aan. Het is helemaal niet mijn gewoonte om te klagen, in mijn leven heb ik toch al heel wat verdragen.
Eigenlijk was ik verbaasd dat hij zei daar geen probleem mee te hebben. Alles had ik verwacht: dat hij ging proberen mij om te praten of zeggen dat je zo’n kuur niet mag afbreken, alles behalve dit!
Vermits de tumor verwijderd is, moest de chemo preventief werken. Nu ga ik verder met pillen die voornamelijk op de vrouwelijke hormonen werken. Als je de bijsluiter leest, ook niet min hoor! Zeker op mijn gewicht zal ik moeten letten.
Volgende week moet ik naar een andere dokter om een planning te maken voor de bestraling, die in feite ook preventief is zodat de kanker niet overslaat op mijn skelet of longen.
Over de port-a-cath; die moet normaal om de acht weken gespoeld worden, maar vanwege het probleem dat ik heb met mijn pac, vond de oncoloog het beter om hem te laten verwijderen. Dat is dus over twee weken en gebeurt onder plaatselijke verdoving. Beter zo, want nu doet hij ook pijn.
Mijn besluit stond vast ja… maar ik denk als de oncoloog een goede reden had kunnen opgeven om de chemo toch te doen, had ik waarschijnlijk wel toegegeven…
Nu voel ik mij opgelucht en rustig, heel anders.
De bestraling zal ook geen feest zijn, maar je bent er niet zo ziek van, enkel moe.
In het begin van het jaar schreef ik eens in een logje: dit jaar heeft mijn verjaardag een getal dat deelbaar is door zeven en om de zeven jaar verandert een mens…
Deze verandering had ik toch niet verwacht en hopelijk duurt het ook geen zeven jaar…
Het heeft lang geduurd, maar nu heb ik aan mijn citrusboompje vijf stuk(jes) fruit hangen. Ik raad maar dat het mandarijntjes zijn, daar lijkt het het meeste op.
Sinds ik het plantje, want het is nog lang geen boom hoor, aan het venster zette, is het er op vooruitgegaan.
Dat warme venster, waar andere planten verbranden door de hete zon. Maar een citrus kan daar blijkbaar tegen. Eigenlijk zegt de bleekgroene kleur van de blaadjes ook wel dat het een plant is die zon verdraagt.
Alhoewel de bloempjes vrij klein waren zijn er vijf vruchtjes blijven hangen. Ze zijn al een beetje geel aan ‘t worden.
Ik kan alleen maar hopen dat het steeltje het gewicht kan dragen en dat ze zo lang mogelijk blijven hangen.
Het is gewoon mooi om naar te kijken.
En eigenlijk heb ik niets speciaals gedaan, enkel de juiste plaats gevonden waar de plant wilde staan…


ook geen heilige, geen moeder Theresa…
Nee, ik ben boos, bozer, boost. Ik vloek, vervloek, verwens… en zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Tegen wie? Niemand in het bijzonder, gewoon effe stoom aflaten. Je zal mij ook niet horen zeggen: waarom ik? Waarom niet? Omdat het voor iemand anders even erg is.
Zo, het staat er! Deze morgen zat er nog meer van dat fraais in mijn hoofd, maar ondertussen is het al wat afgezwakt. Bewijs temeer dat je onmiddellijk je inspiratie moet neerpennentypen.
Ik vraag mij gewoon af hoe die rotzooi mij kan genezen. Epo? Spuiten voor de witte bloedcellen? Wat doet dat af?
Heb al een week griep(symptomen), stel je zware griep voor, maar dan tien keer erger; koorts, pijn overal. Wegens bloedarmoede ook te weinig zuurstof; na enkele bewegingen naar adem happen als een vis op het droge.
En vandaag; raad eens; vandaag wat minder gehap naar adem, dus beter? Het begint ja, als mijn hielen en een deel van mijn voetzolen niet besloten hadden om te ontsteken. Mijn hielen liggen compleet open en je kan het aan niemand uitleggen; ze denken aan eelt, neen het is de chemo! En vroeger had je toch ook al last van je maag? Ja, maar dit is anders, het komt door de chemo!
Ah ja, heb ik al vermeld dat ik deze sessie niet misselijk ben? Maar als je geen honger hebt… ik leef gewoon op wat geschnabbel. Je proeft toch nooit wat je ziet!
Sorry beste lezers, mijn blog begint eruit te zien als een donderwolk, ik mag überhaupt nog blij zijn als jullie nog willen komen lezen. De voorbije week heb ik grotendeels in bed en al huilend doorgebracht. Ik moest het even kwijt.
Ik heb ook heel veel zin om de twee laatste chemo’s gewoon te laten vallen. Nog twee maal deze ellende meemaken; kan ik het nog wel aan?
Dit is mijn stijl van schrijven niet, maar om grappig te zijn moet ik eerst weer grappige dingen zien en voelen.
Hier ga ik het bij laten…
Toen ik de chemo-afdeling binnen kwam, moest ik al kokhalzen toen ik die baxters en zakjes bloed aan die staanders zag hangen. Dat had ik nog op mij van de vorige keer.
Mijn behandeling was nu wel een hele andere. Vanuit de hele lange naam heb ik enkel het woord ‘taxus’ onthouden. De dokter beloofde mij dat ik deze keer minder mottig zou zijn, maar wel meer lichamelijke ongemakken ging hebben.
Ja… als je weet dat je kan eten lijkt de rest al minder belangrijk.
Eerst over de kuur: één baxter maar, met enkele antibraakmiddelen erbij. Een spuit epo(!), maar ik denk niet dat ik daar de koers mee had kunnen winnen hoor! Een paar ijshandschoenen moest ik aandoen, om de nagels te beschermen, die anders kunnen uitvallen of afbrokkelen.
De dame tegenover mij hield het niet uit met haar vingers in het ijs, van de pijn. Maar… mijn handen voelden warm aan??? Net zoals nadat je in de sneeuw gespeeld hebt, warme handen krijgt. Voor- of nadeel?
Mijn port-a-cath deed pijn, op radiologie hadden ze een rechte naald gebruikt, inplaats een gebogen en nog eventjes gekoterd om ze op de juiste plaats te krijgen. Het heeft zich nu bewezen dat dat ding van plaats verandert.
Ik kreeg nog vijf spuitjes Granocyte mee naar huis. (er staat een prijsje op van 438,35 euro), gelukkig zijn we verzekerd!
Die prikken , elke dag eentje, gaan mij die ongemakken bezorgen: hetzelfde als griep. Koorts, pijn overal, vermoeidheid.
Toen ik thuis kwam was ik compleet òp, ik kon enkel maar eens goed huilen en ben dan wat op bed gaan liggen. Daarna ging het een beetje.
Wat ook nieuw is zijn de cortisonepillen, gelukkig maar enkele dagen, ze hebben wel het nadeel dat ik niet kan slapen. Vandaag de laatste genomen. Cortisone geeft je ook van die rode wangen, zodat iedereen vindt dat je er toch zo goed uitziet. Najaa…
Nu ben ik moe… genoeg voor vandaag. Mijn schouder doet pijn, nu best niet aan de bijsluiter denken die ik gelezen heb.
Nog twee te gaan en dan hopelijk nooit meer…
Schokkende beelden over wat er kan gebeuren bij het sms’en samen met autorijden.
Een berichtje intikken gaat blindelings, maar dan moet het nummer gezocht worden.
Niet voor gevoelige zielen, of toch…
Het filmpje is in scène gezet, maar het gebeurt!
De titel van het vorige stukje zou hier ook gepast hebben, blijkbaar hou ik van simpele dingen.
De mensen van het gebouw hiernaast, ‘Vijverhof’ , houden ervan om op een warme zomeravond gezellig bij elkaar te zitten. Gewoon buiten aan de ingang. Iedereen brengt zijn eigen stoeltje mee en zo zitten ze fijn te kletsen.
Is het heel warm, zoals de laatste tijd wel vaker gebeurd is, wordt het getrokken tot een stuk in de nacht. Allemaal gepensioneerden, dus ze hoeven niet vroeg op. De verstandhouding is daar blijkbaar heel goed!
Maar je hebt altijd van die mensen die het water niet in de zon kunnen zien schijnen. Inplaats van er gezellig bij te gaan zitten hebben ze zelfs de politie al gebeld, omdat er volgens hen teveel lawaai was, de azijnpissers!
De mannen van de wet waren er duidelijk een beetje mee verveeld en hebben enkel maar gevraagd of het een beetje stiller kon?
Vorige maandag was het weer zo’n zwoele, zweterige avond. En wat hebben ze er op gevonden?
Nog lang voor het donker, waren ze de straat overgestoken, en hadden zich daar aan de oevers van de vijver, in de schaduw van de bomen, geïnstalleerd.
Ik kwam er langs na mijn terrasje met H. en ging hen even groeten. Het was aandoenlijk om dit nostalgisch tafereel te zien.
In het midden stond een tafeltje, met kaarsje, vol glazen en verschillende dranken. Er zat wel twintig man bijeen. Het leek een beeld uit vroegere tijden, toen de mensen ’s avonds ook zo buiten zaten.
Ik werd onmiddellijk uitgenodigd om er bij te gaan zitten, maar vanwege mijn vermoeidheid heb ik het heel kort gemaakt.
Het lijkt er op dat de mensen ook terug naar de dingen uit hun jonge tijd verlangen. Het is niet nodig om elkaars deur plat te lopen, maar dit verbale contact, dit is belangrijk.
De leuke dingen zijn niet altijd duur.
Laat ons het glas heffen tegen de verzuring!
Zondagochtend… ik word wakker en merk plots dat ik aan eten kan denken zonder te kokhalzen.
Hopelijk is het geen hallucinatie, want mijn hoofd kent alle smaken, maar mijn mond werkt meestal niet mee. Zou het echt zijn dat het monster en de chemische rommel mij even loslaten? Tot de volgende marteling.
Verse croissants spoken door mijn hoofd, maar dat is geen optie, naar de bakker gaan met nuchtere maag… neen dat zit er niet in.
Maar er zijn andere dingen genoeg; misschien een eitje bakken? Neen, dat is meer voor ’s avonds.
Na mijn douche en insmeerbeurt, kies ik voor gerookt spek, tien seconden in de microwave garen (met deksel uiteraard) en dat tussen een witte boterham, yes! Het smaakt weer een beetje! Koffie is er nog niet bij, die wordt vervangen door Cola. Niet gezond? (grijns) als mijn lichaam zegt: Cola, dan krijgt het Cola, net zoals chips bij zouttekort.
Mijn onderrug trekt nog een beetje naar links, maar dat zal hopelijk tegen de avond weggaan. Het mooie is dat ik nu een week en twee dagen heb om een beetje te leven. Aha, morgen misschien een terrasje… we zien wel.
Soms kan het leven (een beetje) eenvoudig en simpel zijn.
De dokter had gezegd dat de derde keer heel zwaar zou zijn. En hoe!
Om te beginnen was er weer hetzelfde probleem met de port-a-cat. Nu blijkt dat dat ding van plaats verandert. Jawadde, onder mijn vel een wandelend doosje! Dus de plaats aanduiden heeft geen enkele zin. (Murphy alweer zeker?)
Dan kreeg ik nog een verpleegster van het soort: ik-weet-alles-beter, die mij niet geloofde, maar tenslotte afdroop met haar staart tussen haar benen. (figuurlijk dan)
En nu ben ik al doodziek sinds woensdag, dat zijn vijf dagen. Aan eten kan ik wel denken, maar het zicht of de smaak ervan doen mij kokhalzen. Ook de koorts meldt zich al, inplaats van na twaalf dagen.
Voor de eerste keer heb ik de dokter gevraagd welke mijn kansen zijn. Volgens zijn pc-programma: zonder chemo: 55% kans op hervallen binnen de tien jaar. Mèt chemo: 30%, wat nog veel is. Ja, het ligt er maar aan aan welke kant van de procenten je staat!
Ik noem mijn berekening en zeg: dat is dus zeven kansen op tien om te genezen? Hij bekijkt mij alsof het in Keulen dondert. Zó tellen zij dat niet!
Dokters! Ze zijn zo rechtlijnig dat ze uit de lucht vallen wanneer iemand eens buiten die lijntjes kleurt.
Ik weet wel zeker, moest ik hervallen, dat ik geen chemo meer wil. Alles behalve dat.
Deze reeks ga ik afwerken, ik ben nu in de helft. Daarna nog enkele jaren pillen.
Nog drie behandelingen te gaan…
Mijn vriendin H. leest mijn blog. Dus is ze van heel veel zaken van mijn doen en laten op de hoogte.
Nu wist ze dus ook dat ik een paar ‘betere’ dagen heb. Of we ’s avonds iets gingen doen? Ja waarom niet, een terrasje, iets eten. Afspraak om zes uur.
Het duurde even eer ik wist wat aan te doen. En dan die tulband op mijn hoofd. Als de mensen maar even kijken stoort mij dat niet, maar je hebt ook van die oenen die je aanstaren met een blik vol afschuw, dan heb ik het toch even moeilijk. Ik besloot om mijn ogen wat op te maken en deed een paar lange oorbellen aan.
Op het stadsplein ging ik even kijken hoe het daar uitzag. Volle zon en dit bij dertig graden! Er waren slechts enkele kleine parasols, die een minimum aan schaduw verspreidden. En elk schaduwplekje was bezet.
Op mijn vraag aan de ober of er geen parasols meer waren, kreeg ik als antwoord: neen, sorry!
Toen viel mij in dat bij de laatste storm, hier de hele nest was gaan vliegen. Alle zonneschermen aan flarden.
Er waren nog wel wat alternatieven, maar mijn vaste stek was een beetje te ver voor mij, daar moest ik voorlopig nog niet aan denken. Dichterbij lag er wel een zaak met een open patio en een terrastuin. Daar was het heerlijk om te zitten.
Maar na een tijdje wist ik weer waarom we hier niet zo vaak kwamen. De prijzen swingden hier de pan uit. Mijn plan om een kleinigheid te eten viel ook in ‘t water; pannenkoekentijd was al een half uur om. Kleine snacks waren er niet.
Ik nam dan maar een portie canneloni, in de hoop dat het niet teveel zou zijn. Waarschijnlijk ben ik een van de weinigen die op restaurant gaan voor de gezelligheid en niet voor het eten.
Het was gezellig, H. was pas terug uit Thailand en had heel wat te vertellen.
Mijn eten viel minder goed mee, de plas olie onderin mijn bord deed mij walgen en het vele zout teisterde mijn smaakpapillen. Ik geraakte maar tot in de helft.
De ober irriteerde mij. Je neemt iemands glas toch niet weg vooraleer er opnieuw is besteld? Hij dus wel. Gedurig aan kwam hij langs om te kijken hoeveel drank we nog hadden. Dit is so not done! Het leek of ik mijn schoonmoeder bezig zag. Koffie leeg? Snel het kopje afwassen.
Gelukkig maakte het schaduwrijke terras veel goed, maar ik vrees dat ze ons hier toch een heel lange tijd niet meer gaan zien.
Het was een fijne avond. Woensdag is mijn derde chemo aan de beurt, maar dan kan ik wel zeggen: nu ben ik in de helft!